Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
primair),dan wel heeft mishandeld met zwaar lichamelijk letsel als gevolg
(subsidiair).
3.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden;
[slachtoffer]van een bedrag van
€ 39.063,70, bestaande uit € 2.063,70 materiële schade en € 37.000, -- immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 september 2025;
€ 2.580, --, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 39.063,70(zegge: negenendertigduizend drieënzestig euro en zeventig cent), (bestaande uit € 2.063,70 materiële schade en € 37.000,-- immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 september 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
188 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
hefthet tegen verdachte verleende geschorste
bevel tot voorlopige hechtenis opmet ingang van heden.
(de rechtbank begrijpt: op 15 september 2025 in Enschede)heb ik een klap uitgedeeld aan een medewerker. Zijn oog ziet er ook slecht uit. Het was één stoot. Ik doe sinds vijf jaar aan vechtsport, ik kickboks elke dag.