9.De beslissing
- verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde feit onder parketnummer 08-243971-25 en het tenlastegelegde feit onder parketnummer 08-297613-25 heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
parketnummer 08-243971-25
subsidiair
het misdrijf: mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;
parketnummer 08-297613-25
het misdrijf: bedreiging met zware mishandeling;
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden;
- bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
schadevergoeding in de zaak met parketnummer 08-243971-25
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij
[slachtoffer]van een bedrag van
€ 39.063,70, bestaande uit € 2.063,70 materiële schade en € 37.000, -- immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 september 2025;
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op
€ 2.580, --, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 39.063,70(zegge: negenendertigduizend drieënzestig euro en zeventig cent), (bestaande uit € 2.063,70 materiële schade en € 37.000,-- immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 september 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
188 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- wijst de vordering voor het overige af;
opheffing bevel voorlopige hechtenis
-
hefthet tegen verdachte verleende geschorste
bevel tot voorlopige hechtenis opmet ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.F. Germs-de Goede, voorzitter, mr. R.A. Heblij en mr. M. ter Riet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C. van Leeuwen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.
Buiten staat
Mr. A.F. Germs-de Goede is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Parketnummer 08-243971-25
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025446663. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte, van 15 september 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 76 en 77:
In de winkel
(de rechtbank begrijpt: op 15 september 2025 in Enschede)heb ik een klap uitgedeeld aan een medewerker. Zijn oog ziet er ook slecht uit. Het was één stoot. Ik doe sinds vijf jaar aan vechtsport, ik kickboks elke dag.
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 15 september 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 6 en 7:
Ik ben medewerker van een telecomwinkel in Enschede. Op maandag 15 september 2025 stond ik achter de balie in de winkel. Een man kwam binnen. Ik hoorde de man vragen “Kan ik mijn fiets hier binnen neerzetten”. Ik was met stomheid geslagen. Hierdoor lachte ik het vooral en beetje weg en beantwoordde zijn vraag met ‘nee’. De man kwam toch binnen en had direct een dreigende houding. De man kwam naar de balie gelopen en schreeuwde van alles. De man bleef schreeuwen en zijn agressie minderde niet. Er ontstond een worsteling waarop mijn broer en ik zijn geslagen door hem. Wij probeerden hem in deze worsteling onder controle te krijgen. Ik dacht dat de worsteling klaar was en heb de man losgelaten. Hierop wist hij mij opnieuw te slaan. Ik weet nog dat ik daardoor bijna ‘knock-out’ ging. Uiteindelijk hebben wij hem de winkel uitgekregen. Door de man heb ik ernstig letsel opgelopen aan mijn oog.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] van 17 september 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 25 en 26:
Op 15 september 2025 was ik aan het werk in de zaak in Enschede. Ik stond achter mijn werkbalie en zag een man met een fiets in de hand de deur openen. Hij vroeg of hij de fiets binnen mocht zetten. Ik zei “Nee tuurlijk mag je de fiets niet binnen neer zetten”. Kort daarop kwam de man weer naar binnen zonder fiets. De man begon direct agressief te doen. De man bleef maar schreeuwen en begon mij te bedreigen. De man kwam naar mij toe lopen en maakte slaande bewegingen in mijn richting. Hierop heb ik hem vastgepakt en probeerde hem weg te duwen de winkel uit. De man was echt heel boos en agressief tegen mij. Op een gegeven moment heb ik hem gezegd dat het nu echt klaar was en dat hij de winkel moest verlaten. Ik zag dat mijn broer de man losliet en wegliep. Ik zag dat de man zich omdraaide en vervolgens van achteren een vuistslag bij mijn broer in het gezicht gaf. Mijn broer werd geraakt aan zijn rechteroog. Dit was met kracht en ik zag dat mijn broer door deze klap op de grond viel en het uitschreeuwde.
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5, Sv, te weten het verzoek tot schadevergoeding van [slachtoffer], van 19 mei 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 6:
Universitair Medisch Centrum Groningen
Mw. Drs. G. Postma, oogarts
Aan: Löring & von Rosenstiel Nederlands-Duits Advocatenkantoor
Hierbij stuur ik u de gegevens van [slachtoffer], geboren [geboortedatum 2]-1974.
Dhr. werd op 15-9-2025 geopereerd vanwege een perforatie van zijn rechteroog. In de controles daarna werd er bloed in het oog gezien en middels een echo ook een netvliesloslating. Op 29-9-2025 vond er een exploratie onder narcose plaats. Er bleek sprake te zijn van een zeer ernstige netvliesloslating, waarbij enig herstel onmogelijk was. Concluderend dat er een infauste prognose is.
Parketnummer 08-297613-25
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025519649. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
Het proces-verbaal van aangifte van Medewerknummer [nummer] van 26 oktober 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 8 en 9:
Op 26 oktober 2025 was ik werkzaam bij de Penitentiaire Inrichting te Zwolle. Ik zat in de recreatieruimte. In deze ruimte zitten ook gedetineerden. Ik zat aan tafel met andere collega’s toen we [verdachte] zagen zitten aan een van de tafels. Ik zag dat [verdachte] er onrustig was. Ik waarschuwde dat hij rustig moest doen anders moest hij terug naar zijn cel. Hier reageerde hij niet op waarna ik zijn arm vastpakte om hem naar zijn cel te begeleiden. [verdachte] begon zich enorm te verzetten. Ik hoorde hem zeggen: “ik sla je tanden uit je bek” en “ik sla het licht uit je ogen net als mijn slachtoffer”. [verdachte] zei dit allemaal in mijn richting. Ik voel mij op dit moment zo bedreigd dat ik eigenlijk wil dat hij overgeplaatst wordt naar een andere Penitentiaire Inrichting.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 26 oktober 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 11 en 12:
Op 26 oktober 2025 was ik getuige van een bedreiging van mijn collega. Ik werk bij de P.I. te Zwolle. Ik zag dat collega’s [verdachte] vastpakte bij zijn arm, hem lieten opstaan en met hem de gang opliepen richting cel. Ik zag dat een fysieke worsteling ontstond tussen collega’s en [verdachte]. Ik hoorde tijdens de worsteling dat [verdachte] gefocust was op een collega. Ik hoorde dat hij zei: “Ik ga je het licht uit je ogen slaan. Ik sla je net als mijn slachtoffer harstikke blind”.
Het proces-verbaal van verhoor getuige Medewerknummer [naam 3] van 26 oktober 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 16:
Op 26 oktober 2026 was ik werkzaam bij de Penitentiaire Inrichting te Zwolle. Ik zag een groep collega’s een gedetineerde vasthouden die hard in verzet ging. Ik liep er naartoe om de collega’s te ondersteunen. De verdachte was constant gefocust op mijn collega die aangifte heeft gedaan. Ik hoorde de gedetineerde het volgende zeggen over mijn collega: “Ik doe met hem hetzelfde als mijn slachtoffer, alleen dit keer wel bewust” en “Ik sla hem blind”.