Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3507

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
08-247648-23
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 361 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens ontbreken significante bijdrage aan openlijk geweldpleging

Op 20 november 2022 vond in het centrum van Enschede een incident plaats waarbij het slachtoffer twee steekverwondingen opliep door geweld van meerdere personen. Verdachte werd ervan beschuldigd samen met anderen openlijk geweld te hebben gepleegd. Tijdens de terechtzitting op 9 juni 2026 verklaarde verdachte dat hij de groep wilde scheiden en geen geweld wilde gebruiken. Hij werd door het slachtoffer vastgegrepen en viel samen met hem.

De rechtbank beoordeelde de camerabeelden en concludeerde dat verdachte geen geweldshandelingen verrichtte noch de groep aanzette tot geweld. Zijn aanwezigheid alleen was onvoldoende voor een veroordeling. De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde.

De benadeelde partij had een immateriële schadevergoeding van €3.000,- gevorderd, maar omdat verdachte werd vrijgesproken, werd deze vordering niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde kan deze vordering alleen bij de burgerlijke rechter indienen.

De rechtbank bepaalde dat beide partijen hun eigen kosten dragen en sprak het vonnis uit op 23 juni 2026.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens het ontbreken van een significante bijdrage aan het gepleegde geweld.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-247648-23 (P)
Datum vonnis: 23 juni 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres 1].

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
9 juni 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. P. Susijn, advocaat in Tilburg, naar voren is gebracht.
Ook heeft de rechtbank kennis genomen van wat namens de benadeelde partij [slachtoffer] door mr. J. Klomp, advocaat in Enschede, is aangevoerd.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer].
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op of omstreeks 20 november 2022 te Enschede openlijk, te weten in het centrum van Enschede ter hoogte van [café] op/aan de [adres 2] in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] door:
- één of meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp, in het (boven)been althans het lichaam van die [slachtoffer] te steken en/of
- één of meermalen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of te stompen en/of
- één of meermalen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] te trappen en/of te schoppen en/of
- die [slachtoffer] ten val te brengen en/of
- één of meermalen duwende en/of een trappende bewegingen te maken in de richting van het lichaam van die [slachtoffer].

3.De bewijsmotivering

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Verdachte heeft geen opzet gehad op het plegen van geweld in vereniging en heeft hieraan geen bijdrage van voldoende gewicht geleverd.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
Op 20 november 2022 is aan de [adres 2] door meerdere personen geweld gepleegd tegen [slachtoffer] (hierna ook: [slachtoffer]) die daardoor twee steekverwondingen heeft opgelopen in zijn bovenbeen. Naast het steken bestond het geweld – dat op camerabeelden is vastgelegd – uit duwen, slaan en schoppen.
De rechtbank stelt voorop dat van het "in vereniging" plegen van geweld sprake is, indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zichzelf op de camerabeelden herkent als persoon NN3. Verdachte heeft verklaard dat hij de groep vechtende mensen uit elkaar wilde halen en niet de intentie had om geweld te gebruiken. Verdachte werd door het slachtoffer bij zijn kleding gegrepen en toen verdachte zich wilde losrukken, kwamen ze samen ten val. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van verdachte wordt ondersteund door wat op de camerabeelden is te zien. Camerabeelden (of andere bevindingen) die de verklaring van verdachte tegenspreken ontbreken in het dossier. Niet is te zien dat verdachte geweldshandelingen pleegt of dat hij de groep geweldsplegers op andere wijze aanspoort. De rechtbank concludeert kortom dat verdachte geen significante bijdrage heeft geleverd aan het geweld en dat hij enkel daar aanwezig was. Verdachte wordt daarom vrijgesproken van het ten laste gelegde.

4.De schade van benadeelde

4.1
De vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 3.000,00 gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.
4.1
Het oordeel van de rechtbank
De vordering heeft betrekking op het ten laste gelegde. Omdat verdachte van dit feit wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de benadeelde partij op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

5.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
schadevergoeding
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Venekatte, voorzitter, mr. A.M.G. Ellenbroek en
mr. P.J. Beker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A.B. Kroeze, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.