Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[eiser], uit [woonplaats], eiser,
de directie van het CBR,
Samenvatting
Procesverloop
- [gemachtigde 1] namens [eiser];
- [gemachtigde 2] namens het CBR.
Rechtbank Overijssel
Eiser is op 24 september 2025 staande gehouden wegens verkeersovertredingen, waarna het CBR hem op 13 oktober 2025 een cursus verantwoord rijgedrag oplegde. Eiser maakte bezwaar, maar het bezwaarschrift bevatte geen gronden. Het CBR wees eiser hierop en gaf hem de mogelijkheid dit gebrek te herstellen binnen een gestelde termijn.
Eiser heeft geen gebruik gemaakt van deze herstelmogelijkheid. Het CBR verklaarde het bezwaar daarop niet-ontvankelijk. De rechtbank bevestigt dat het CBR aan de wettelijke vereisten heeft voldaan door zowel eiser als zijn gemachtigde te informeren over het ontbreken van gronden en de hersteltermijn.
De rechtbank oordeelt dat eiser de volledige bezwaartermijn had om gronden aan te leveren, maar dit niet heeft gedaan. Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en wordt het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen het opleggen van de cursus wordt niet-ontvankelijk verklaard.