Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Maatschap [eiseres 1], uit [vestigingsplaats 1],
het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Daargelaten de vraag of de mededelingen van 18 en 20 september 2023, 14 december 2023 en 17 mei 2024 als mededelingen in de zin van artikel 4:14, derde lid, van de Awb kunnen worden aangemerkt, is de rechtbank van oordeel dat ten tijde van de ingebrekestellingen van 1 maart 2025 de redelijke termijn voor het nemen van besluiten op de aanvragen was verstreken. Eisers hebben daarom terecht bezwaarschriften ingediend tegen de besluiten van het college van 19 maart 2025 om de ingebrekestellingen buiten verdere behandeling te laten. Het college heeft tot op heden geen besluiten genomen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- herroept de besluiten van 19 maart 2025;
- stelt de hoogte van de dwangsommen vast op € 1442 voor iedere eiser;
- draagt het college op om binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak besluiten te nemen op de aanvragen van eisers;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers, ten bedrage van € 1.868, te betalen aan eisers;
- bepaalt dat het college de griffierechten van in totaal € 1.540 (€ 385 aan elk van de eisers) aan eisers moet vergoeden.