Verzoeker heeft meerdere wrakingsverzoeken ingediend tegen rechters die betrokken zijn bij zijn vreemdelingenrechtelijke beroepszaken. Na toewijzing van een verschoningsverzoek tegen mr. J.W.M. Bunt werd mr. K. Ides de nieuwe behandelend rechter. Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. Ides, stellende dat een brief van de rechtbank waarin werd meegedeeld dat een uitstelverzoek niet op voorhand zou worden toegewezen, een aanwijzing was van partijdigheid.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechterlijke procesbeslissing, zoals het niet vooraf toewijzen van een uitstelverzoek, geen grond voor wraking vormt tenzij er sprake is van objectief vaststelbare vooringenomenheid. De inhoud van de brief werd als neutraal beoordeeld en er waren geen feiten die een schijn van vooringenomenheid aannemelijk maakten.
Daarnaast constateerde de wrakingskamer dat verzoeker met zijn herhaalde wrakingsverzoeken misbruik maakt van het wrakingsinstrument om de behandeling van zijn zaken uit te stellen. Daarom werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker niet meer in behandeling worden genomen.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek tot wraking van mr. Ides ongegrond en het verzoeker niet-ontvankelijk voor zover het dezelfde gronden betrof als eerdere wrakingsverzoeken. De beslissing werd op 28 januari 2026 openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de Rechtbank Overijssel.