ECLI:NL:RBOVE:2026:3862

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
29 juni 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
C/08/341317 / FA RK 25-2965
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk ouderlijk gezag vader ten gunste van moeder ter bescherming van kinderen

De rechtbank Overijssel heeft op 29 juni 2026 uitspraak gedaan in een zaak waarin de moeder verzocht om het gezamenlijk ouderlijk gezag over haar drie minderjarige kinderen te beëindigen en haar alleen met het gezag te belasten. De reden was dat de kinderen ernstige stress en onrust ervaren zolang de vader medegezag heeft, vooral met het oog op de situatie waarin de moeder zou komen te overlijden. De moeder had in haar testament de tante moederszijde als voogd benoemd, maar zolang de vader gezag heeft, heeft dit testament geen werking.

Tijdens de mondelinge behandeling gaf de moeder aan dat de situatie onhoudbaar is door voortdurende onzekerheid en spanningen bij de kinderen, mede veroorzaakt door de communicatieproblemen tussen de ouders en het uitblijven van een werkbare structurele oplossing. De vader erkende de moeilijke situatie, voelde zich verstoten en was bereid zich in te zetten voor omgang en verbetering van de relatie, maar was het niet eens met het verzoek.

De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het verzoek toe te wijzen vanwege de langdurige spanningen en het ontbreken van verbetering. De rechtbank oordeelde dat hoewel er geen sprake is van een situatie waarin de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders, de bijzondere omstandigheden rondom het testament en de angst van de kinderen voor de toekomst een wijziging van het gezag noodzakelijk maken. De moeder werd belast met eenhoofdig gezag, met de verplichting om de vader te blijven informeren en betrekken bij beslissingen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de kinderen snel duidelijkheid te bieden.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt het gezamenlijk gezag van de vader en belast de moeder met eenhoofdig gezag over de kinderen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Almelo
team familie- en jeugdrecht
zaaknummer: C/08/341317 / FA RK 25-2965
beschikking van 29 juni 2026
inzake
[de moeder],
verder te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats 1],
verzoekster,
advocaat: mr. N.P. van Mook,
en
[de vader],
verder te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats 2],
belanghebbende.

1.Het verdere procesverloop

1.1.
De rechtbank heeft op 2 februari 2026 een tussenbeschikking gegeven in deze zaak, waarbij de beslissing met betrekking tot de meest wenselijke gezagsvoorziening is aangehouden. De rechtbank heeft daarna kennisgenomen van de uitlatingen van de partijen van 29 mei 2026.
1.3.
De mondelinge behandeling van de zaak is voortgezet op [geboortedatum 3] 2026.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn verschenen:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
- [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming, verder te noemen: de raad.
1.4.
De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling spreekaantekeningen overgelegd. Die zijn aan het digitale dossier toegevoegd.

2.De feiten

Voor de feiten wordt verwezen naar genoemde beschikking van 2 februari 2026. De inhoud van die beschikking geldt als hier ingelast en herhaald. In het bijzonder geldt dat voor de overwegingen met betrekking tot het gezag.

3.De standpunten van de moeder en de vader

3.1.
De advocaat van moeder heeft namens haar gesteld dat de combinatie van voortdurende onzekerheid, ernstige signalen bij de kinderen en het uitblijven van een werkbare structurele oplossing in haar testament leiden tot een onhoudbare situatie. Een wijziging van het gezag is noodzakelijk om deze impasse te doorbreken. Tegen deze achtergrond stelt moeder dat het verzoek om te bepalen dat het gezamenlijk gezag van partijen over de kinderen wordt beëindigd en dat zij met uitsluiting van vader alleen met het ouderlijk gezag wordt belast, moet worden toegewezen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat gezegd dat moeder de kinderen heeft gestimuleerd om contact met vader te onderhouden.
3.2.
De problemen rondom het gezag zijn volgens moeder toegenomen. Mede daarom is er hulpverlening voor de kinderen ingezet. De zorgen van de kinderen zien niet alleen op de situatie als de moeder komt te overlijden. De kinderen ervaren namelijk veel spanning omdat vader geen of in hun beleving niet snel genoeg toestemming geeft voor bijvoorbeeld een (medische) behandeling. De zorgen van de kinderen zijn niet weggenomen nadat de moeder een testament heeft opgesteld, waarin is opgenomen dat de tante moederszijde in het geval van overlijden van de moeder als voogd wordt benoemd. Zolang de vader gezag heeft, heeft het testament geen werking. Hierdoor ervaren de kinderen onzekerheid. De vader heeft tegen de kinderen gezegd dat hij toestemming zal geven voor bijvoorbeeld vakantiereizen. Maar de communicatie tussen de ouders is niet beter geworden, is zelfs verslechterd. De samenwerking tussen de ouders komt niet tot stand. De onhoudbare situatie maakt dat wijzing in het gezag noodzakelijk is. Moeders advocaat heeft gesteld dat het gezag losstaat van de omgang tussen de vader en de kinderen. De moeder hoopt dat er na wijziging van het gezag bij de kinderen ruimte ontstaat, zodat ze op eigen initiatief in contact komen met de vader.
3.3.
De vader heeft zijn spreekaantekeningen voorgelezen om zijn standpunt duidelijk te maken. Volgens hem zitten de kinderen behoorlijk knel en kiezen ze voor de ouder waar ze de minste weerstand ervaren. Vader vindt dat hij als ouder verstoten is en dat het niet vreemd is dat de kinderen geen band richting hem voelen. Sinds de zomer van 2023 is er geen omgang meer geweest bij hem thuis in [plaats]. Er is totaal geen reden te noemen waarom de kinderen niet naar [plaats] zouden willen komen voor de omgang. Doordat de loyaliteit bij de kinderen wordt afgedwongen, kiezen zij volgens vader voor de weg van de minste weerstand. Hij vindt dat zijn rol als vader hem niet gegund is en dat hij door de kinderen papa [de vader] wordt genoemd bevestigt dat. Vader is ontdaan door de situatie en die situatie doet hem veel verdriet. Hij maakt zich zorgen over de gevolgen die deze situatie heeft voor de toekomst van de kinderen. Vader houdt veel van de kinderen en hij hoopt dat de band en hun relatie in de toekomst verbetert. Mocht de rechtbank beslissen om de moeder met eenhoofdig gezag te belasten, dan zal de vader proberen dit te verwerken en die beslissing een plekje geven. Hij is bereid om zich in te zetten om omgang te realiseren en te werken aan de band tussen hem en de kinderen.

4.Het advies van de raad

De raad adviseert het verzoek van de moeder toe te wijzen. Het is voor de raad onduidelijk hoe het handelen van de vader ervoor zorgt dat de kinderen stress ervaren. Het is een feit dat er bij de kinderen sprake is spanning. De raad vindt dat het verzoek moet worden toegewezen nu de huidige situatie al langere tijd bestaat en er maar geen verbetering in komt.

5.De verdere beoordeling

Het gezag
5.1.
Bij voormelde tussenbeschikking van 2 februari 2026 is de beslissing over de meest wenselijke gezagsvoorziening aangehouden. De inhoud van die beschikking geldt, zoals hiervoor overwogen, als hier herhaald en ingelast.
5.2.
De rechtbank dient te beslissen op het verzoek van de moeder om haar alleen met het gezag over [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te belasten (artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW)).
Het wettelijk criterium
5.3.
De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] uit. De rechtbank kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechter bepaalt alsdan dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Het oordeel van de rechtbank
5.4.
De rechtbank vindt dat beëindiging van het gezamenlijk gezag anderszins in het belang van de minderjarigen noodzakelijk is en zij zal daarom het verzoek van de moeder toewijzen.
5.5.
Het uitgangspunt van de wet is dat ouders samen beslissingen moeten nemen over hun kinderen, ook als zij uit elkaar zijn. In sommige situaties kan de rechter van dit uitgangspunt afwijken. De rechtbank kan het gezag van een ouder beëindigen als een van de onder 5.3 genoemde situaties zich voordoet. Of beide. In het geval van deze beide ouders en deze kinderen is eigenlijk geen sprake van een situatie waarin de kinderen klem of verloren zijn geraakt of kunnen raken omdat het de ouders niet zou lukken om telkens samen beslissingen te nemen. Voor de kinderen duurt het soms wat lang voordat vader met zijn standpunt en zijn toestemming komt, maar de rechtbank vindt dat vader ook de gelegenheid moet hebben om zich in een onderwerp dat beslissing behoeft te verdiepen en daarover zijn mening te vormen. Dat is in beginsel zijn goed recht. Moeder heeft tot nu toe en voor zover de rechter dat kan beoordelen, altijd alles gedaan om vader tijdig en goed over beslispunten te informeren. Ouders zijn in de ogen van de rechtbank altijd respectvol naar elkaar geweest.
5.6.
De rechtbank verwacht niet dat in de toekomst beslissingen over gewone, alledaagse punten met betrekking tot de kinderen niet door de ouders zouden kunnen worden genomen. Van een ‘klem en verloren situatie’ lijkt geen sprake. Maar in deze niet alledaagse casus zijn andere aspecten aan de orde die leiden tot het oordeel dat de verzochte gezagswijziging toch in het belang van de kinderen is. De kinderen vrezen voor de gevolgen van het in stand laten van het gezamenlijk ouderlijk gezag als na hun bonusvader ook hen moeder komt te overlijden. De testamentaire benoeming van de tante moederszijde tot voogdes heeft geen werking als vader op het moment van overlijden van de moeder nog in leven is en dan als enige ouder met gezag belast is. Moeder heeft het zo uitgelegd gekregen en de kinderen zijn daarvan op de hoogte en het houdt hen – niet geheel onbegrijpelijk, integendeel zelfs – bezig. De kinderen zijn bang dat vader, als de moeder komt te overlijden, alleen het gezag zal uitoefenen en dat hij dan alle beslissingen zal nemen en niet de tante, zoals de kinderen wensen. Die gedachte bezorgt de kinderen veel spanning en stress. Die kunnen kennelijk niet bij hen worden weggenomen als vader tegen hen zou zeggen dat hij het in die gevreesde situatie goed zou vinden als de kinderen bij tante zouden gaan wonen. De kinderen willen een formele zekerheid in de vorm van eenhoofdig gezag voor moeder met mogelijkheid voor haar om haar zus bij testament met voogdij te belasten en dat het dan niet vader is die ‘leading’ is.
5.7.
De rechtbank kan goed begrijpen dat het voor vader niet goed voelt en mogelijk zelfs onverteerbaar is dat hij in zijn beleving niets fouts doet en ook niets verkeerds van plan is te doen met de kinderen en dat hij vervolgens in en met deze procedure moet concluderen dat het eigenlijk vanwege de gevoelens van de kinderen, die van alles op de hoogte zijn, is dat deze beslissing wordt genomen. Het is echter wat het is. De kinderen weten alles, willen zekerheid voor het geval dat moeder weg zou vallen en de gedachte dat vader dan nog gezag zou hebben houdt hen bezig en beangstigt hen. Behoud van gezamenlijk ouderlijk gezag zal naar verwachting de goede ontwikkeling van de kinderen in de weg staan en hen belemmeren in hun groei naar volwassenheid. De winst van de beslissing is hopelijk dat de kinderen vanaf nu de ruimte gaan voelen om meer dan tot nu toe het contact met vader weer aan te gaan en weer te komen tot de normaal te achten situatie dat zij ook in vaders huis en dat van [naam 2] op bezoek gaan. Van belang voor de kinderen is ook om te weten dat in de wet is bepaald dat een ouder die alleen het gezag heeft bij te nemen beslissingen altijd de andere ouder moet informeren over hoe het met de kinderen gaat en waar bij stilgestaan moet worden als er beslist moet worden. Die ouder moet volgens de wettelijke ‘consultatieplicht’ook aan de andere ouder vragen om de mening over het beslispunt. Uiteindelijk zal het moeder zijn die de beslissing dan neemt.
De informatieplicht
5.8.
De rechtbank acht het van belang dat de moeder vanuit haar wettelijke verplichting de vader blijft informeren over het wel en wee van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en verwacht van moeder dat zij dit zal doen. De vader heeft het hiervoor genoemde en in de wet verankerde recht op informatie over de kinderen en hun ontwikkeling. Op die wijze kan hij betrokken blijven bij de ontwikkeling van de kinderen.
5.9.
Ter zitting heeft vader op bewonderenswaardige wijze gezegd dat en waarom hij de gezagsbeslissing zal proberen te accepteren en deze een plek wil gaan geven. Hij is het er niet mee eens. Voelt zich tekortgedaan. Vindt dat sprake is van ouderverstoting. Die gedachten kan de rechtbank niet bij hem wegnemen. Wel is er reden rechterlijk begrip voor alles wat beide ouders en de kinderen hebben meegemaakt. Het is verdrietig makend dat de kinderen de hiervoor en in de vorige beschikking omschreven angst hebben voor verkeerd gebruik van ouderlijk gezag door vader en dat die angst niet op andere wijze dan met deze beslissing kan worden weggenomen. Met deze beslissing breekt hopelijk een periode aan waarin kinderen en vader weer meer dan voorheen van elkaar kunnen genieten en mooie ervaringen gaan opdoen.
5.10.
De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat het eenhoofdig gezag van moeder begint op de dag van de uitspraak en geldt voor daarna. Ook als vader hoger beroep tegen de beslissing zou instellen, hetgeen zijn goed recht is. De uitvoerbaarheid bij voorraad is wenselijk om voor de kinderen vanaf nu duidelijkheid te geven over wie wel en wie niet de formele beslissingen over hen kan nemen.
5.11.
In de vorige beschikking heeft de rechtbank overwogen dat het goed zou zijn als moeder de inhoud van de beschikking met de kinderen zou bespreken. Dat lijkt ook het meest wenselijk met deze beschikking. De rechtbank zal dus geen afzonderlijke brief aan de kinderen sturen.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
belast met ingang van heden
de moedermet het eenhoofdig ouderlijk gezag over:
[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2011,
[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2013,
[minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedatum 3] 2014;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. Olthof, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2026 in tegenwoordigheid van D. Dzjoemchoerjan, griffier.
Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de raad voor de kinderbescherming en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door de raad opgenomen in zijn registratie.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.