ECLI:NL:RBOVE:2026:3979
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding studieschuld op grond van hardheidsclausule
Eiser heeft op 20 oktober 2024 een verzoek ingediend bij de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om kwijtschelding van zijn studieschuld. Dit verzoek werd op 7 februari 2025 afgewezen, waarna eiser bezwaar maakte. De minister handhaafde het besluit op 22 december 2025. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank heeft het beroep op 30 april 2026 behandeld. De minister baseerde haar afwijzing op het kwijtscheldingsbeleid dat alleen in specifieke medische situaties kwijtschelding toestaat, zoals terminale ziekte of langdurige coma. Eiser erkende dat zijn situatie niet vergelijkbaar is met deze criteria, maar stelde dat de minister de hardheidsclausule te strikt toepaste en onvoldoende rekening hield met zijn bijzondere omstandigheden, waaronder een onterechte fraudeaanklacht en studievertraging.
De rechtbank oordeelde dat het beleid van de minister niet onredelijk is en dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor kwijtschelding. Ook de financiële situatie van eiser is niet doorslaggevend binnen het kwijtscheldingsbeleid. De minister had bovendien al rekening gehouden met de draagkracht van eiser bij het vaststellen van het maandbedrag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt het griffierecht niet terug.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding van de studieschuld.