Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
M.R. [eiseres], uit [woonplaats 1], eiseres (hierna te noemen: [eiseres]),
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van het bestreden besluit
Standpunten van partijen
Beoordeling door de rechtbank
in ieder geval4 nachten per week bij [eiseres] verblijven en dat deze situatie ook bestendig is. Van de door de SVB genoemde inconsistentie en wisselende verklaringen is de rechtbank niet gebleken. Niet valt dan ook in te zien dat de SVB op basis van de feitelijke situatie zoals die door zowel [eiseres] als [derde belanghebbende] is geschetst, uitgaat van een verblijfssituatie van [naam 1] en [naam 2] op grond waarvan een verdeling van 50% gerechtvaardigd zou zijn. Daar komt bij dat de SVB in het verweerschrift zelf ook aangeeft uit te kunnen gaan van een co-ouderschap met een verdeling van 60%-40%, wat feitelijk neerkomt op een gemiddeld verblijf van 4,2 nachten per week bij [eiseres] en 3,8 nachten per week bij [derde belanghebbende]. Als gekeken wordt naar het door de SVB gehanteerde beleid zou dit betekenen dat de beide kinderen geacht worden bij [eiseres] te wonen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 5 december 2025;
- draagt de SVB op binnen vier weken na de dag nadat de termijn om hoger beroep in te stellen ongebruikt is verstreken, of als hoger beroep wordt ingesteld, na de dag nadat daarop is beslist, een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat de SVB het griffierecht van € 54,- aan [eiseres] moet vergoeden.