Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
Parketnummer 08.397254.24
Parketnummer 08.327279.24
feit 5 subsidiair)
Parketnummer 08.326990.25
Parketnummer 08.326986.25
Parketnummer 08.007971.26
Parketnummer 08.015078.26
Parketnummer 18.101311.26
3.De bewijsmotivering
De conclusie
De overwegingen van de rechtbank
De conclusie
De overwegingen en conclusie van de rechtbank
De overwegingen van de rechtbank
De conclusie van de rechtbank
De overwegingen en conclusie van de rechtbank
De overwegingen van de rechtbank
De overwegingen en conclusie van de rechtbank
De overwegingen en conclusie van de rechtbank
Het voorwaardelijk verzoek van de verdediging tot het horen van de getuige
De overwegingen en conclusie van de rechtbank
De overwegingen van de rechtbank
De conclusie
De feiten en omstandigheden
De overwegingen van de rechtbank
De conclusie
De feiten en omstandigheden
De overwegingen van de rechtbank
Voorwaardelijk verzoek
De aanhouding
De conclusie
4.De bewezenverklaring
Parketnummer 08.397254.24
Parketnummer 08.327279.24
[slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het verlenen van een
Parketnummer 08.326990.25
Parketnummer 08.326986.25
Parketnummer 08.007971.26
Parketnummer 08.015078.26
Parketnummer 18.101311.26
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
belaging
poging tot afpersing
het besloten erf bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen
verduistering
oplichting
diefstal door twee of meer verenigde personen
opzetheling
opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening
het besloten erf en besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken
wederspannigheid
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
Materiële schade
Immateriële schade
Proceskosten
Wettelijke rente
De schadevergoedingsmaatregel
De schadevergoedingsmaatregel
Proceskosten
Proceskosten
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
belaging
poging tot afpersing
het besloten erf bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen
verduistering
oplichting
diefstal door twee of meer verenigde personen
opzetheling
opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening
het besloten erf en besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken
wederspannigheid;
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van
overheidswege zal worden verpleegd;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidals
5 (vijf) jaren;
1 (een) weekhechtenis en bepaalt daarbij dat de maximale hechtenis zes maanden bedraagt;
dadelijk uitvoerbaaris, omdat er ernstig rekening mee moet
[slachtoffer 1]toe tot een bedrag van
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 7.500,--, (zegge: zevenduizendvijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
[bedrijf 3]toe tot het gevorderde bedrag van € 2.486,00 (bestaande uit materiële schade);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.486,--, (zegge: tweeduizendvierhonderdzesentachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 24 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
Deltion Collegetoe tot het gevorderde bedrag van € 2.131,97 (bestaande uit materiële schade);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.131,97, (zegge: tweeduizend honderdeenendertig euro en zevenennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 21 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 2]toe tot een bedrag van
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 140,--, (zegge: honderdveertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 oktober 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[bedrijf 10] V.O.F.toe tot een bedrag van € 1.400,-- (bestaande uit materiële schade);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.400,--, (zegge: veertienhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 14 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[bedrijf 1] B.V.toe tot een bedrag van
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 978,60, (zegge: negenhonderdachtenzeventig euro en zestig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 september 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 9 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[verbalisant 1]toe tot een bedrag van € 300,-- (bestaande uit immateriële schade);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 300,--, (zegge: driehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2026 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 3 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;