Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[eiser] ,
2.
[eiseres 1],
3.
[eiseres 2] B.V.,
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de mondelinge behandeling van 30 juni 2026, waarbij [eiser] aan de zijde van [eisers] aanwezig was en [naam] namens [gedaagde] aanwezig was. Partijen zijn bijgestaan door hun advocaat en hebben hun standpunten toegelicht, mede aan de hand van spreekaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van de mondelinge behandeling.
3.De feiten
4.Het geschil
1.
5.De beoordeling
ten aanzien van [eiser]: een schadevergoeding van afgerond € 475.000,00 (inclusief onderzoeks- en beslagkosten), zijnde een bedrag van afgerond € 415.000,00 meer ten opzichte van dat wat in eerste aanleg is toegewezen;
ten aanzien van [eiseres 2]: (i) een schadevergoeding van afgerond € 475.000,00 (inclusief onderzoeks- en beslagkosten), zijnde een bedrag van afgerond € 415.000,00 meer ten opzichte van dat wat in eerste aanleg is toegewezen en (ii) een schadevergoeding nader op te maken bij staat, waarbij volgens [gedaagde] de directe schade door twee externe bouwadviesbureaus is begroot op een bedrag van € 1,5 miljoen tot € 1,8 miljoen exclusief btw. Ter onderbouwing van haar stelling heeft [gedaagde] een onderzoeksrapport met schadebegroting overgelegd.