Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord met 2 producties
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
Bij aanleg zonnepanelen dakbedekking vervangen.
1.“Is het dak recentelijk vervangen; Kunt u hiervan een inschatting geven;”
Wij hebben Cyclomedia geraadpleegd om te kunnen achterhalen wanneer de dakbedekking is vervangen. Op Cyclomedia hebben wij kunnen zien dat de dakbedekking van het woonhuis van uw cliënt samen met het dak van het naastgelegen woonhuis in 2017 is vernieuwd. (…).
2.“Houden de vochtproblemen verband met het dak;”
“Uit ons onderzoek is gebleken dat de lekkage- en vochtplekken in het plafond van de zolderverdieping een direct verband hebben met de open verbindingen ter plaatse van de doorvoeren en van de aansluiting tussen de dakbedekking en de daktrim.
3.“Is er sprake van schade? Zo ja, van welke schade is er sprake;”
gesteld.
4.Het geschil
5.De beoordeling
Bij aanleg zonnepanelen dakbedekking vervangen”. [gedaagde] heeft verder op de vraag:
“hoe oud is/zijn het dak/de daken”,geantwoord:
“Bovenste laag 2021 rest sinds bouw”. Ter zitting hebben beide partijen bevestigd dat zij daarmee bedoeld en begrepen hebben dat het bovenste platte dak in 2021 is vernieuwd. [gedaagde] heeft in deze procedure aangevoerd dat er een nieuwe overlaag is gelegd op het bovenste dak en dat hij er bij het invullen van de vragenlijst vanuit is gegaan dat dat in 2021 is gebeurd, omdat het gedaan is voordat de zonnepanelen werden geïnstalleerd. In deze procedure is vervolgens gebleken dat het dak inderdaad (al dan niet gedeeltelijk) is vernieuwd. De rapporten van [bedrijf 2] en Socotec en de schriftelijke verklaring van [naam] (ex-bewoner van [adres 2] ) van 16 december 2024 spreken elkaar deels tegen, maar daaruit volgt wel dat de vernieuwing van het dak heeft plaatsgevonden en dat dit ergens tussen 2017 en medio 2020 is gebeurd. Hieruit volgt dat de mededeling van [gedaagde] in de vragenlijst met betrekking tot de vernieuwing van het dak juist was, met uitzondering van het moment waarop het dak is vernieuwd. Dit moment van uitvoeren is echter niet van doorslaggevend belang voor de verwachtingen die [eiser] van het dak mocht hebben, nu [eiser] zelf heeft gesteld dat het een feit van algemene bekendheid is dat een plat dak twintig tot vijfentwintig jaar mee gaat. Afgezet tegen die lange levensduur kan het verschil tussen vernieuwing op een moment tussen 2017 en 2020 of vernieuwing in 2021 redelijkerwijs geen verschil hebben gemaakt voor de beslissing van [eiser] om de woning (voor deze prijs) te kopen. Ook is niet aannemelijk dat [eiser] wel onderzoek aan het dak zou hebben laten uitvoeren als hij had geweten dat de vernieuwing van het dak mogelijk een paar jaar eerder had plaatsgevonden. Van belang is verder dat niet is komen vast te staan dat [gedaagde] wist dat de vernieuwing, zoals [bedrijf 2] heeft geconcludeerd, kennelijk niet heel deugdelijk is uitgevoerd. Het is [gedaagde] dan ook niet aan te rekenen dat hij daarover geen mededelingen heeft gedaan. Daar komt bij dat de vragenlijst geen garanties beoogt te geven maar een informatieve strekking heeft en van algemene aard is. De mededelingen in de vragenlijst heeft [eiser] niet mogen opvatten als een garantie of toezegging dat het dak de komende jaren deugdelijk is. [2] De informatie in de vragenlijst ontslaat een koper ook niet van zijn eigen onderzoeksplicht. De woning is bovendien aan [eiser] verkocht met een ouderdomsclausule, opgenomen in artikel 22 van Pro de koopovereenkomst, die in ieder geval de strekking heeft de koper te waarschuwen, zoals [eiser] ter zitting heeft erkend. Met het opnemen van artikel 22 in Pro de koopovereenkomst zijn de verwachtingen die [eiser] redelijkerwijs van de eigenschappen van de woning mocht hebben sterk ingeperkt. Tegelijkertijd is daarmee zijn onderzoeksplicht aanzienlijk uitgebreid.