ECLI:NL:RBOVE:2026:4562

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
25 juli 2026
Zaaknummer
12095750 \ CV EXPL 26-479
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 lid 1 BWArt. 7:219 BWArt. 6:119 BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens langdurige overlast en huurachterstand

De zaak betreft een geschil tussen Stichting Openbaar Belang en een huurder over de ontbinding van een huurovereenkomst wegens aanhoudende overlast en huurachterstand. Sinds 2009 zijn er herhaaldelijk klachten over geluidsoverlast, veroorzaakt door de huurder en personen die hij in het gehuurde toelaat. Ondanks meerdere waarschuwingen, afspraken en betalingsregelingen bleef de overlast voortduren en ontstond een structurele huurachterstand.

Openbaar Belang vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen. De huurder betwist zelf overlast te veroorzaken en stelt bereid te zijn afspraken te maken om verdere overlast te voorkomen. De kantonrechter oordeelt dat de huurder verantwoordelijk is voor het gedrag van personen die met zijn goedvinden in het gehuurde verblijven en dat de tekortkomingen voldoende ernstig zijn om ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen.

De kantonrechter wijst de vorderingen van Openbaar Belang toe, inclusief betaling van de huurachterstand, gebruiksvergoeding, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De huurder wordt veroordeeld het gehuurde binnen veertien dagen na betekening te ontruimen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand en bijkomende kosten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 12095750 \ CV EXPL 26-479
Vonnis van 14 juli 2026
in de zaak van
STICHTING OPENBAAR BELANG,
te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: Openbaar Belang
gemachtigde: mr. T.A. Bode,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. J.J.M. Pinners.

1.De zaak in het kort

Deze zaak gaat onder meer over de vraag of de huurovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden vanwege overlast vanuit het gehuurde en een huurachterstand. Openbaar Belang stelt dat [gedaagde] , althans personen die zich met zijn goedvinden in het gehuurde bevinden, al geruime tijd ernstige overlast veroorzaken en dat daarnaast sprake is van een huurachterstand. Openbaar Belang vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand en daarmee samenhangende nevenvorderingen. [gedaagde] voert aan dat hij niet zelf degene is die de overlast veroorzaakt en is bereid afspraken te maken om verdere overlast te voorkomen. De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van tekortkomingen die, gelet op alle omstandigheden van het geval, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigen. De vorderingen van Openbaar Belang worden toegewezen.

2.De procedure

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 7,
- de conclusie van antwoord,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- het bericht van 21 mei 2026 met aanvullende productie 8 van Openbaar Belang,
- het bericht van 26 mei 2026 met aanvullende productie 9 van Openbaar Belang,
- de mondelinge behandeling van 4 juni 2026, waar door mr. Bode spreekaantekeningen zijn overgelegd en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1
Openbaar Belang verhuurt met ingang van 17 maart 2007 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] (hierna: het gehuurde).
3.2
Het gehuurde betreft een appartement op de achtste verdieping van een appartementencomplex met [nummer] verdiepingen.
3.3
De huur bedraagt op dit moment € 893,81 per maand inclusief energie- en servicekosten en is bij vooruitbetaling verschuldigd.
3.4
Op de huurovereenkomst is het Huurreglement van Openbaar Belang van toepassing. In het Huurreglement staat onder andere:
“Artikel 6
(…)
2. Huurder zal het gehuurde zelf bewonen en het gehuurde zonder schriftelijke toestemming van verhuurster geheel noch gedeeltelijk kosteloos noch tegen betaling aan een derde in gebruik c.q. huur afstaan.
3. Huurder zal omwonenden geen hinder of overlast bezorgen.
(…)
6. Huurder zorgt gezamenlijk met de overige huurders voor het schoonhouden van de hallen en trappenhuizen voor zover e.e.a. niet door de stichting geregeld is.”
3.5
In augustus 2008 is bij [gedaagde] een huurachterstand van € 776,28 ontstaan. Hiervoor zijn partijen op 18 augustus 2008 een betalingsregeling overeengekomen.
3.6
Op 13 juli 2009 heeft een omwonende van [gedaagde] bij Openbaar Belang de volgende melding gedaan over overlast afkomstig uit het gehuurde:
“Hierbij wil ik u melden dat wij als bewoners van perceel[weggelakt]
[adres] last (overlast) hebben van aanwezigen in perceel [adres].
De overlast bestaat uit onnodig luid praten, zo niet schreeuwen, van de, in de woning aanwezig personen.
De bewoner is meerde malen door ons aangesproken.
De laatste maal dat e.e.a. plaats vond was in de nacht van zaterdag naar zondag j.l. (…)
Mijn mening in deze is dat bewoner [gedaagde] zijn bezoek niet in toom kan houden. (…)”
3.7
Een dag later, op 14 juli 2009, komt er nog een klacht binnen. Deze is afkomstig van een andere omwonende. Deze omwonende geeft aan dat er “vooral in de nachtelijke uren” sprake is van “geluidsoverlast, nachtelijk bezoek, luid praten, schreeuwen door visite”. De overlast vindt volgens de melder “wekelijks op wisselende dagen” plaats.
3.8
Naar aanleiding van deze meldingen hebben een medewerker van Openbaar Belang en de wijkagent op 20 juli 2009 een huisbezoek afgelegd. Daarbij zijn afspraken gemaakt over het beëindigen van de overlast.
3.9
In 2010 is bij [gedaagde] een huurachterstand van € 1.491,15 ontstaan. Deze achterstand is, samen met aanvullende herstel- en servicekosten van € 306,30 via een deurwaarder geïnd.
3.1
Op 19 april 2011 heeft Openbaar Belang een brief naar [gedaagde] gestuurd waarin staat:
“(…) Al diverse keren bent u door ons aangesproken op de overlast, afkomstig uit uw woning. Iedere keer beloofde u beterschap, maar helaas blijft de overlast aanhouden.
Ik nodigde u uit (…) op ons kantoor (…). Helaas verscheen u niet en kreeg ik op het laatste moment een afmelding. Ik nodig u nogmaals uit op ons kantoor (…) op woensdag 27 april a.s. om 9.00 uur (…)”
3.11
Nadat [gedaagde] niet verscheen, is hij op 27 april 2011 en 3 mei 2011 opnieuw uitgenodigd. Daarbij is vermeld dat wanneer [gedaagde] niet van zich laat horen, Openbaar Belang haar jurist zal raadplegen voor ontbinding van de huurovereenkomst.
3.12
Op 30 mei 2011 heeft Openbaar Belang een melding ontvangen van overlast veroorzaakt door de hond van [gedaagde] .
3.13
Op 8 november en 14 december 2011 en 8 maart, 14 april, 29 mei en 13 juni 2012 heeft Openbaar Belang meldingen ontvangen van twee omwonenden over geluidsoverlast vanuit het gehuurde. Geklaagd wordt onder meer over hard schreeuwen, luid praten, slaan met deuren, overlast door bezoek en geblaf van een hond.
3.14
Op respectievelijk 18 juni en 4 juli 2012 heeft Openbaar Belang aan klagers bericht dat zij opnieuw met [gedaagde] in gesprek was gegaan en dat daarbij is aangegeven dat er geen bezoek meer mag komen en dat de personen die bij [gedaagde] inwonen geen overlast meer mogen geven. Daarnaast is meegedeeld dat Openbaar Belang een dossier opbouwde met het oog op een mogelijke ontbinding van de huurovereenkomst.
3.15
Op 25 juni en 23 juli 2012 en 24 maart en 31 oktober 2013 heeft Openbaar Belang opnieuw meldingen ontvangen van geluidsoverlast vanuit het gehuurde.
3.16
In november 2012 is bij [gedaagde] een huurachterstand van € 526,31 ontstaan. Hiervoor is op 8 november 2012 een betalingsregeling afgesproken. Omdat de regeling niet correct werd nagekomen, is een deurwaarder ingeschakeld.
3.17
Bij brief van 1 november 2013 heeft Openbaar Belang aan [gedaagde] meegedeeld dat zij regelmatig berichten ontvangt over blaffen van de hond van [gedaagde] . Aangegeven wordt dat [gedaagde] hier al vaker op is aangesproken. [gedaagde] wordt verzocht maatregelen te nemen. Verder wordt aangegeven dat de buren contact opnemen met de politie als dit niet gedaan wordt en dat een dossier wordt opgebouwd om een einde te kunnen maken aan de overlast.
3.18
Nadat Openbaar Belang op 5, 13 en 20 november 2013 opnieuw overlastmeldingen had ontvangen, heeft zij [gedaagde] bij brieven van 1 en 22 november en 6 december 2013 verzocht de overlast te beëindigen. Daarbij is vermeld dat een dossier wordt opgebouwd om bij voortduring van de overlast via een juridische procedure tot ontruiming te kunnen komen.
3.19
Op 16 en 17 december 2013, 5, 27 en 28 januari en 11 en 21 februari 2014 heeft Openbaar Belang opnieuw meldingen ontvangen van geluidsoverlast vanuit het gehuurde. Daarbij werd melding gemaakt van onder meer hard praten, harde muziek, geblaf van een hond, het gooien met een bal, getrommel, schreeuwen en slaan met deuren.
3.2
In maart 2014 is bij [gedaagde] een huurachterstand ontstaan, waarvoor een betalingsregeling is getroffen. Omdat de regeling niet correct werd nagekomen, is een deurwaarder ingeschakeld. In mei 2015 bedroeg de geïnde hoofdsom € 1.694,95.
3.21
Bij brief van 7 maart 2014 heeft Openbaar Belang [gedaagde] nogmaals en voor de laatste keer gesommeerd de overlast per direct te beëindigen. Daarbij is opnieuw gewezen op het risico van ontruiming.
3.22
Openbaar Belang heeft op 26 april, 6 mei en 18 juni 2014 weer meldingen van geluidsoverlast vanuit het gehuurde ontvangen.
3.23
Op 31 juli 2014 heeft Openbaar Belang een brief naar [gedaagde] gestuurd over de overlast. Hierin is verwezen naar de eerdere brieven. Verder staat erin dat, omdat het even rustiger is geweest, [gedaagde] nog één kans krijgt om definitief te stoppen met het veroorzaken van overlast.
3.24
Nadat gedurende enige tijd geen meldingen waren ontvangen, heeft Openbaar Belang op 23 juli 2018, 21 maart 2019, 17 september 2020, 6, 8 en 15 augustus 2022, 9 september 2022, 3 november 2022, 13 en 15 maart 2023, 9, 13, 19, 27 mei 2023, 29 juni 2023, 12 en 21 juli 2023, 11 augustus 2023, 23 september 2023 en 7 november 2023, opnieuw klachten van omwonenden over geluidsoverlast afkomstig uit het gehuurde ontvangen. De aard van de klachten is hetzelfde als eerder. Er wordt aangegeven dat de overlast vooral plaatsvindt wanneer [gedaagde] zelf niet aanwezig is, maar anderen wel in de woning verblijven.
3.25
Openbaar Belang heeft [gedaagde] naar aanleiding van de klachten meerdere malen aangesproken en hem bij brieven van 25 juli 2018, 2 januari, 14 en 21 februari 2019, 4 november 2020, 14 september 2021, 1 en 9 juni 2022, 19 september 2022, 2 augustus 2023 en 19 september 2023 gewezen op de ontvangen klachten. Daarbij is [gedaagde] meermaals uitgenodigd voor een gesprek, gesommeerd maatregelen te treffen en gewaarschuwd dat een gerechtelijke procedure tot ontruiming zou kunnen volgen.
3.26
In 2023 en 2024 zijn opnieuw huurachterstanden ontstaan. In september 2023 bleek daarnaast dat servicekosten en doorbelaste kosten over 2021 en 2022 van in totaal € 823,00 onbetaald waren gebleven. Op 6 september 2023 is [gedaagde] aangemaand tot betaling.
3.27
Per 18 februari 2025 bedroeg de huurachterstand € 1.467,71. Daarvoor is een betalingsregeling getroffen.
3.28
Op 12 maart en 18 april 2024, 8, 25, 28 en 29 maart, 12 en 26 april, 31 mei, 14 en 17 juni, 13, 14 en 16 augustus en 1, 21 en 24 september 2025 heeft Openbaar Belang opnieuw meldingen van overlast afkomstig uit de woning van [gedaagde] ontvangen. De meldingen hebben betrekking op door in het gehuurde verblijvende personen veroorzaakte (nachtelijke) geluidsoverlast, bestaande uit onder meer luid praten, schreeuwen, stampen, het schuiven met meubels en het slaan met deuren, alsmede op het stallen van spullen in de gemeenschappelijke ruimten (de galerij).
3.29
Naar aanleiding van de meldingen heeft Openbaar Belang op 24 september 2025 een brief naar [gedaagde] gestuurd. Daarin staat dat er wederom overlastklachten zijn ontvangen over [gedaagde] en/of personen waarvoor hij als huurder verantwoordelijk is. [gedaagde] wordt verzocht permanent te stoppen met het veroorzaken van overlast en de spullen van de galerij te verwijderen. Ook wordt [gedaagde] gewezen op de mogelijkheid van een juridische procedure tot ontruiming.
3.3
Nadat er op 27 september 2025, 3, 5, 10 en 11 oktober 2025, opnieuw meldingen waren binnengekomen, heeft Openbaar Belang [gedaagde] op 6 en 17 oktober 2025 nogmaals aangeschreven over de overlast.
3.31
Vervolgens heeft Openbaar Belang de zaak uit handen gegeven aan haar advocaat. Deze heeft [gedaagde] bij brief van 11 november 2025 een laatste waarschuwing gegeven en in de gelegenheid gesteld de overlast te doen staken en de huurachterstand te voldoen. Daarbij is [gedaagde] erop gewezen dat, indien hij de overlast niet staakt, Openbaar Belang een gerechtelijke procedure zal starten om de huurovereenkomst te laten beëindigen.
3.32
Nadat er op 27 en 28 november 2025 opnieuw meldingen van overlast waren ontvangen, heeft de advocaat van Openbaar Belang bij brief van 5 december 2025 medegedeeld dat er een gerechtelijke procedure zou worden gestart indien [gedaagde] niet binnen zeven dagen zelf de huurovereenkomst opzegt.
3.33
Op 11 december 2025 heeft [gedaagde] telefonisch contact opgenomen met de advocaat van Openbaar Belang. Daarbij heeft hij aangegeven de huurachterstand te zullen voldoen, beterschap beloofd ten aanzien van de overlast en aangekondigd een schriftelijk voorstel te zullen doen.
3.34
Op 12 en 15 december 2025 heeft Openbaar Belang opnieuw meldingen ontvangen van overlast vanuit het gehuurde.
3.35
Het door [gedaagde] aangekondigde voorstel is niet ontvangen.
3.36
Openbaar Belang heeft vervolgens deze procedure aanhangig gemaakt.
3.37
Ook nadien, op 7, 8 en 9 januari, 12, 18 en 25 februari, 12, 16, 17 en 20 maart, 8, 10, 20, 27 en 30 april en 10, 14 en 21 mei 2026, heeft Openbaar Belang opnieuw meldingen ontvangen van overlast afkomstig uit het gehuurde.

4.Het geschil

4.1
Openbaar Belang vordert – kort samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde, betaling van de huurachterstand en hiermee samenhangende nevenvorderingen.
4.2
Openbaar Belang legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Sinds 2009 veroorzaakt [gedaagde] - althans personen die hij in het gehuurde toelaat - ernstige, aanhoudende en telkens terugkerende (geluids)overlast in en rondom het gehuurde. Daarnaast vertoont [gedaagde] een structureel onregelmatig betalingspatroon. Op dit moment bedraagt de huurachterstand € 1.432,85. Volgens Openbaar Belang is [gedaagde] hierdoor tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen als huurder. Deze tekortkomingen rechtvaardigen volgens Openbaar Belang de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
4.3
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van een tekortkoming die ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. [gedaagde] betwist dat hij zelf overlast veroorzaakt. Volgens [gedaagde] wil hij graag familie en kennissen helpen door hen een woonplek te geven. Dat resulteert soms in overlast, die door anderen wordt veroorzaakt en waartegen [gedaagde] niet opgewassen is. [gedaagde] is bereid afspraken te maken om ervoor te zorgen dat hij voortaan geen bezoekers en logees meer toelaat in de woning. Verder voert [gedaagde] aan dat de gestelde huurachterstand niet juist is. Volgens [gedaagde] is de achterstand door een betalingsregeling inmiddels lager.
4.4
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Ambtshalve toetsing
5.1
De huurovereenkomst is gesloten tussen een professionele verhuurder en een consument. De kantonrechter heeft daarom ambtshalve onderzocht of de overeenkomst bedingen bevat die op grond van Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten als oneerlijk moeten worden aangemerkt en buiten toepassing moeten blijven. Deze toetsing geeft geen aanleiding tot nadere opmerkingen.
Ontbinding en ontruiming
5.2
De kern van het geschil is of sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst die van voldoende gewicht is om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde te rechtvaardigen.
5.3
Het uitgangspunt is dat [gedaagde] zich als goed huurder moet gedragen. Dit betekent dat [gedaagde] zich moet houden aan zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, het Huurreglement en de wet. Als [gedaagde] deze verplichtingen niet nakomt, is er sprake van een tekortkoming. Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW Pro geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij deze tekortkoming de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Deze rechtsregel brengt tot uitdrukking dat slechts een tekortkoming van voldoende gewicht recht geeft op ontbinding van de overeenkomst. Bij de beantwoording van de vraag of ontbinding van deze huurovereenkomst gerechtvaardigd is, kunnen alle omstandigheden van het geval van belang zijn (ECLI:NL:HR:2018:1810).
5.4
Volgens Openbaar Belang is sprake van een tekortkoming. Sinds 2009 veroorzaakt [gedaagde] – althans personen die hij in het gehuurde toelaat – ernstige, aanhoudende en telkens terugkerende overlast in en rondom het gehuurde. Die overlast bestaat onder meer uit geluidsoverlast door harde muziek, het schuiven met meubels, slaan en bonken op muren, schreeuwen, luid praten, blaffen van een hond en nachtelijk bezoek. De geluidsoverlast wordt niet alleen door [gedaagde] zelf veroorzaakt, maar vooral ook door derden die hij in het gehuurde laat verblijven. De overlast vindt veelal plaats in de avond- en nachtelijke uren en duurt inmiddels meer dan vijftien jaar voort. Openbaar Belang stelt dat dit tot een ernstige en structurele aantasting van het woongenot van omwonenden leidt. Ondanks langdurige inspanningen van Openbaar Belang is geen sprake van een duurzame gedragsverbetering, aldus Openbaar Belang. Verder stelt Openbaar Belang dat [gedaagde] een structureel onregelmatig betalingspatroon heeft. Op dit moment bedraagt de huurachterstand € 1.432,85. Volgens Openbaar Belang is [gedaagde] hierdoor tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen als huurder. Openbaar Belang heeft haar stellingen onderbouwd met klachtenformulieren en WhatsApp-berichten van omwonenden over de ervaren overlast en met brieven die zij naar aanleiding van overlastmeldingen en betalingsachterstanden heeft gestuurd.
5.5
De kantonrechter is van oordeel dat Openbaar Belang voldoende (met stukken) heeft onderbouwd dat er sprake is van overlast. [gedaagde] heeft dat ook niet (gemotiveerd) betwist. [gedaagde] heeft wel aangevoerd dat hij zelf niet degene is die overlast veroorzaakt, maar op grond van de wet (artikel 7:219 BW Pro) is hij als huurder verantwoordelijk voor het gedrag van iedereen die zich met zijn goedvinden in het gehuurde bevindt. Dat [gedaagde] zelf niet steeds de directe veroorzaker van de overlast is, doet aan zijn aansprakelijkheid dan ook niet af. Dat geldt temeer [gedaagde] al langere tijd wist dat omwonenden overlast ervaarden en hij niet heeft weten te voorkomen dat deze situatie voortduurde. Daarbij komt dat [gedaagde] erkent dat hij de huur niet altijd volledig en tijdig heeft voldaan en dat op dit moment sprake is van een huurachterstand. Het staat dan ook vast dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst.
5.6
Naar het oordeel van de kantonrechter rechtvaardigen deze tekortkomingen ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Daarbij neemt de kantonrechter de volgende omstandigheden in aanmerking.
5.7
De overlast is ernstig en structureel van aard. Sinds 2009 zijn herhaaldelijk meldingen gedaan van geluidsoverlast. Het gaat daarbij om klachten van in ieder geval twee omwonenden, woonachtig op verschillende adressen, die gedurende een lange periode regelmatig overlast hebben ervaren en gemeld. De overlast doet zich bovendien veelvuldig voor in de avond- en nachtelijke uren, waardoor omwonenden in hun (nacht)rust worden gestoord en in hun woongenot worden aangetast.
5.8
Verder weegt mee dat [gedaagde] gedurende een lange periode herhaaldelijk is aangesproken op de overlast en voldoende in de gelegenheid is gesteld om verbetering te laten zien. In dat kader heeft hij meermaals toegezegd maatregelen te zullen nemen om de overlast te beëindigen, en ook tijdens deze procedure heeft hij aangegeven bereid te zijn afspraken te maken om ervoor te zorgen dat hij geen bezoekers en logees meer in het gehuurde toelaat.
De kantonrechter volgt Openbaar Belang echter in haar standpunt dat het maken van nadere afspraken inmiddels een gepasseerd station is. Daarbij is van belang dat in het verleden al meerdere afspraken zijn gemaakt over het voorkomen van overlast en dat [gedaagde] herhaaldelijk is gewaarschuwd voor de gevolgen van het voortduren daarvan. Desondanks is van een duurzame gedragsverbetering niet gebleken. Integendeel, ook na het uitbrengen van de dagvaarding zijn opnieuw meldingen van overlast gedaan.
Gelet hierop acht de kantonrechter het niet aannemelijk dat [gedaagde] er in de toekomst wel in zal slagen om de overlast blijvend te beëindigen.
5.9
De kantonrechter onderkent dat ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde ingrijpende gevolgen hebben voor [gedaagde] . Hij zal de woning waar hij al jarenlang woont, moeten verlaten. Ook [naam], die al langere tijd bij hem inwoont, zal het gehuurde moeten verlaten. Deze omstandigheden wegen echter, gelet op de ernst, duur en het structurele karakter van de overlast, niet zwaarder dan het belang van Openbaar Belang en de omwonenden bij beëindiging van de huurovereenkomst. Van Openbaar Belang kan niet worden verlangd deze situatie langer te laten voortduren. Daarbij weegt mee dat Openbaar Belang gehouden is haar andere huurders ongestoord woongenot te verschaffen en dat omwonenden recht hebben op een leefbare woonomgeving waarin zij gevrijwaard blijven van overlast. De kantonrechter neemt daarbij mede in aanmerking dat niet is gesteld of gebleken dat [gedaagde] in het geheel geen mogelijkheden heeft om elders onderdak te vinden, al dan niet met behulp van zijn sociale netwerk of maatschappelijke voorzieningen.
5.1
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [gedaagde] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
5.11
Openbaar Belang wil ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 893,81 inclusief energie- en servicekosten, te rekenen vanaf de maand augustus 2026 tot het moment dat [gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.
Huurachterstand
5.12
Openbaar Belang heeft daarnaast betaling van een huurachterstand gevorderd. [gedaagde] heeft niet weersproken dat er een huurachterstand is. Hij voert wel aan dat hij een betalingsregeling heeft getroffen, dat die nagekomen wordt en dat de achterstand daardoor lager is dan wordt gesteld, maar in reactie daarop heeft Openbaar Belang voldoende onderbouwd dat de betalingen van de betalingsregeling verdisconteerd zijn in het bedrag dat nu wordt gevorderd en dat is door [gedaagde] verder niet weersproken. Gelet hierop wordt niet toegekomen aan het verzoek van de gemachtigde van [gedaagde] om nog een akte te nemen om haar standpunt over het openstaande bedrag nader te onderbouwen. Dat geldt temeer nu [gedaagde] voldoende gelegenheid heeft gehad om dit eerder te onderbouwen en niet is toegelicht waarom dit niet eerder mogelijk zou zijn geweest. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen zoals is gevorderd. [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van € 1.340,41 aan Openbaar Belang.
5.13
Openbaar Belang heeft rente over de huurachterstand gevorderd vanaf 28 november 2025. Deze vordering zal worden toegewezen, omdat deze niet is betwist en vaststaat dat [gedaagde] te laat is met betalen.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.14
Openbaar Belang vordert een bedrag van € 925,00 aan buitengerechtelijke incassokosten. Zij baseert deze vordering op het rapport BGK-Integraal 2013 (hierna: het Rapport). De kantonrechter overweegt als volgt.
In deze procedure ligt het zwaartepunt bij de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde vanwege overlast. Het gaat hierbij om een andere verbintenis dan een geldvordering, namelijk om een vordering van onbepaalde waarde. De vordering tot betaling van de huurachterstand is hieraan ondergeschikt. Gelet hierop ziet de kantonrechter aanleiding de gevorderde buitengerechtelijke kosten niet te beoordelen aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, maar aan te sluiten bij de aanbevelingen in het Rapport.
Voldoende is gesteld en gebleken dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Volgens de aanbevelingen in het Rapport wordt bij vorderingen van onbepaalde waarde voor de berekening van het tarief aansluiting gezocht bij de gemiddelde waarde van tariefgroep II van het liquidatietarief (€ 15.000,00). Volgens het Rapport rechtvaardigt deze grondslag in handelszaken een forfaitaire vergoeding van € 925,00. Voor kantonzaken geldt op grond van het Rapport dat van de helft van dit bedrag moet worden uitgegaan. De kantonrechter ziet geen aanleiding om van deze aanbeveling af te wijken en zal daarom een bedrag van € 462,50 aan buitengerechtelijke kosten toewijzen.
5.15
De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen zoals is gevorderd.
Proceskosten
5.16
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Openbaar Belang worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,77
- griffierecht
397,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.093,27
5.17
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres],
6.2
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Openbaar Belang zijn, en de sleutels af te geven aan Openbaar Belang,
6.3
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan Openbaar Belang:
- € 1.340,41 aan achterstallige huur te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, met ingang van 28 november 2025, tot de dag van voldoening,
- een gebruiksvergoeding gelijk aan het bedrag aan huur vanaf de ontbinding tot en met de dag van de daadwerkelijke ontruiming,
6.4
veroordeelt [gedaagde] om aan Openbaar Belang te betalen een bedrag van € 462,50 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, met ingang van 21 juli 2026, tot de dag van volledige betaling,
6.5
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.093,27, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.6
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.7
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.8
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.R.H. Lutjes en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.