Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[derde belanghebbende 1], [derde belanghebbende 2]en
[derde belanghebbende 3]uit [woonplaats].
Rechtbank Overijssel
PreZero Recycling B.V. heeft een last onder dwangsom opgelegd gekregen door het college van Gedeputeerde Staten van Groningen vanwege het in werking hebben van een sorteerinstallatie die afwijkt van de vergunde installatie. PreZero heeft bezwaar gemaakt en beroep ingesteld tegen deze last en verzocht om een voorlopige voorziening om de last te schorsen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de sorteerinstallatie daadwerkelijk afwijkt van de vergunning uit 2017, onder meer door afwijkende positionering en toevoeging van extra apparatuur. De Commissie rechtsbescherming bevestigde dat de installatie niet conform de vergunning is gebouwd, waardoor sprake is van een overtreding van artikel 5.1, tweede lid, onder b, van de Omgevingswet.
Hoewel PreZero betoogt dat de afwijkingen niet materieel zijn en dat de tekening indicatief was, oordeelt de voorzieningenrechter voorlopig dat het college terecht handhavend optreedt. De begunstigingstermijn en het dwangsombedrag worden als redelijk beoordeeld. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van handhaving zwaarder weegt dan het bedrijfseconomische belang van PreZero.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor de last onder dwangsom blijft gelden totdat in de beroepsprocedure een definitief oordeel is gegeven.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de last onder dwangsom blijft gelden.