Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
[slachtoffer 3] ingediende slachtofferverklaringen en van wat door mr. S. Smid, advocaat in Enschede, namens benadeelde partij [slachtoffer 3] is aangevoerd.
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
valsemeldingen over hem heeft gedaan bij de politie, zoals ten laste is gelegd. Het dossier bevat hiervoor, behoudens de aangifte, geen bewijsmiddelen, zodat de rechtbank verdachte hiervan partieel zal vrijspreken.
08-220269-25 het onder 4 tenlastegelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
belaging.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelden
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
belaging;
gevangenisstrafvoor de duur van
10 (tien) maanden;
4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
2 februari 1982, en [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] 1984;
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
dadelijk uitvoerbaarzijn;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidals
3 (drie) jaren;
14 (veertien) dagenhechtenis en bepaalt daarbij dat de maximale hechtenis zes maanden bedraagt;
dadelijk uitvoerbaaris, omdat er ernstig rekening mee moet
benadeelde partij [slachtoffer 1](parketnummer 08-220269-25, feit 4) toe tot een bedrag van € 4.000,00 (bestaande uit immateriële schade);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 4.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2025, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 40 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
benadeelde partij [slachtoffer 2](parketnummer
08-220269-25, feit 4) toe tot een bedrag van € 4.877,25 (bestaande uit € 4.000,00 immateriële schade en € 877,25 materiële schade);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 4.877,25, waarvan
benadeelde partij [slachtoffer 3](parketnummer 08-273367-25) in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;