2.8.Het college is vervolgens overgegaan tot de besluitvorming, zoals beschreven onder het procesverloop.
Het bestreden besluit
3. Aan het bestreden besluit heeft het college ten grondslag gelegd dat tijdens een controle op 13 september 2024 door toezichthouders is geconstateerd dat de woning aan de [adres] onzelfstandig werd bewoond door zes personen. Het gaat hierbij om een gezin van vier personen en twee andere personen, te weten de schoonzus en de neef van een van de bewoners. Volgens het college is hierdoor van rechtswege een eerste dwangsom verbeurd. Volgens het college blijkt uit het proces-verbaal van 19 september 2024 dat ten aanzien van de twee andere personen een van de bewoners niet heeft verklaard dat sprake is van logés, noch dat zij korter dan drie maanden in de woning zouden verblijven. Uit de verklaringen blijkt wel dat er zes personen in het pand woonachtig zijn en dat in ieder geval de neef in Nederland werkt. Volgens het college is geen sprake van logés of 'op bezoek komen' door de schoonzus en de neef. De zes personen vormen geen duurzame, gemeenschappelijke huishouding. Er is sprake van een overtreding omdat er niet aan de last onder dwangsom van 11 augustus 2023 is voldaan, aldus het college.
4. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) dat bij een besluit tot invordering van een verbeurde dwangsom aan het belang van de invordering een zwaarwegend gewicht moet worden toegekend. Slechts in bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien.
5. Op 13 september 2024 hebben toezichthouders van de gemeente Deventer een inspectie uitgevoerd op het perceel [adres]. Uit het proces-verbaal van deze inspectie volgt dat door één van de bewoners is verklaard dat er zes personen wonen in het pand. Verklaard is verder dat, naast de vier ingeschreven personen, de schoonzus en de neef sinds de maand augustus in het pand verblijven. Tot slot is verklaard dat zij een paar maanden zullen blijven, mogelijk tot het einde van het jaar en dan weer terugkeren naar Bulgarije.
6. Op grond van artikel 1, aanhef en onder c, van de Huisvestingsverordening Deventer 2022 wordt onder huishouden verstaan: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die hun hoofdverblijf in dezelfde woonruimte hebben en een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren.
7. De rechtbank is van oordeel dat op 13 september 2024 niet voldaan werd aan de last onder dwangsom. Ten tijde van de controle op 13 september 2024 verbleven zes personen in het pand aan de [adres] en voerden deze personen geen duurzame gemeenschappelijke huishouding. Dit blijkt uit de verklaring van een van de bewoners maar ook, zoals door het college naar voren is gebracht, uit het feit dat één kamer werd bewoond die kon worden afgesloten met een hangslot en uit het feit dat twee personen niet op het adres stonden ingeschreven. [eiser] heeft ook niet gesteld dat ten aanzien van de zes personen wel sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.
8. [eiser] heeft zich op het standpunt gesteld dat hij niet op de hoogte was van het tijdelijke verblijf van de neef en de schoonzus vanaf eind augustus 2024 en dat dit door de huurders niet was aangegeven.