3.3Het oordeel van de rechtbank
Vaststelling van de feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op grond van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken de volgende feiten en omstandigheden vast.
[slachtoffer] is de ex-partner van [naam 1], de zus van verdachte. [slachtoffer] en de familie [verdachte] leven al enige tijd op gespannen voet met elkaar waarbij er over en weer verschillende keren aangifte is gedaan.
Op 15 juni 2025 om 01.18 uur staat een auto van het merk Renault met kenteken
[kenteken] (hierna ook: de Renault) geparkeerd op de parkeerplaats voor de woning aan [adres 1] in [plaats]. Op dit adres woont de moeder van verdachte. Bij de woning zijn twee camera’s aanwezig, een camera gericht op de parkeerplaatsen voor de woning, de straat en een daarachter gelegen groenstrook en een camera met zicht op de portiek van de woning. Om 01.18:57 uur stapt verdachte uit de Renault. De motor van de Renault blijft draaien en de koplampen blijven branden. Verdachte draagt een roze t-shirt en (witte) sportschoenen.
Om 01.32:09 uur stopt er een witte auto op de straat, haaks op en achter de Renault van verdachte. De koplampen van de witte auto zijn aan. Verdachte stapt uit de Renault en loopt naar de witte auto. De bestuurder (hierna ook: [getuige]) stapt ook uit. Verdachte en [getuige] omhelzen elkaar. Een zwarte auto komt aanrijden en stopt, midden op straat, bij de witte auto waar verdachte en [getuige] staan. De achterlichten van de zwarte auto blijven branden. Verdachte loopt naar de bijrijderszijde van de zwarte auto. Iemand zegt: “Bel maar 112, ik heb camera”. De bestuurder van de zwarte auto, [slachtoffer], stapt vervolgens uit en loopt naar verdachte. [slachtoffer] maakt een slaande beweging met zijn linkerarm richting het gezicht van verdachte. Verdachte loopt naar achteren en [slachtoffer] loopt voorwaarts in zijn richting. Verdachte blijft achteruitlopen en [slachtoffer] blijft hem voorwaarts benaderen.
Om 01.33:29 verdwijnen verdachte en [slachtoffer] rechtsboven uit beeld.
Ongeveer twee minuten later, verschijnt verdachte links in beeld met een voorwerp in zijn rechterhand. Verdachte loopt dan in de richting van de witte en de zwarte auto.
Om 01.35.30 loopt de vader van verdachte richting het zwarte voertuig. Om 01.35:35 verschijnt [slachtoffer] (weer) rechts in beeld. [slachtoffer] loopt en kijkt richting verdachte Om 01.35:38 loopt [slachtoffer] richting de vader van verdachte en geeft hem een klap op zijn rechterwang. Daarna loopt [slachtoffer] in de richting van verdachte. Verdachte loopt achterwaarts en [slachtoffer] voorwaarts. Zij bevinden zich op dat moment op de groenstrook voor de woning. Om 01.36:09 uur schopt [slachtoffer] in de richting van verdachte. Verdachte weet het been op te vangen en [slachtoffer] valt. Ze verdwijnen achter een geparkeerde auto. Om 01.36:14 uur staat verdachte op achter het voertuig en maakt een slaande en schoppende beweging naar beneden. [slachtoffer] staat ook op en loopt in de richting van verdachte. Verdachte loopt achteruit. Vervolgens is te zien dat [slachtoffer] met zijn linkerhand zijn rechterpols vast heeft. Hij bukt en voelt ter hoogte van zijn rechter been. Om 01.37:09 uur stapt [slachtoffer] in de zwarte auto en rijdt weg.
Verdachte komt terug bij de woning. Op de camerabeelden van de portiek is te zien dat er bloedvlekken op zijn t-shirt zitten en dat hij een kleine bijl in zijn rechterhand heeft. [getuige] pakt iets van de groenstrook en geeft dit aan verdachte, waarna verdachte een bril opzet. Verdachte opent het portier van de Renault. Hij heeft de bijl dan nog bij zich. Verdachte buigt in de Renault. Vervolgens neemt hij plaats op de bestuurdersstoel. Verdachte stapt weer uit de Renault. Verdachte heeft een telefoon in zijn hand, de bijl is niet te zien. Kort hierna, om 01:38:01, arriveert het eerste politievoertuig aan [adres 1].
Om 01.39:38 uur is te zien op de camerabeelden van de portiek dat verdachte een selfie maakt met zijn telefoon. Om 01.47:17 staat verdachte in de portiek en slaat een paar keer op zijn borstkas. Om 01.48:24 loopt verdachte naar binnen. Om 01.57:02 komt verdachte weer naar buiten. Hij draagt een blauwe pet, een groen shirt en (andere) zwart-witte sneakers.
Wanneer verbalisanten, om 01.38 uur, aankomen op het adres [adres 1] in [plaats] zien zij dat verdachte veel bloedspetters op zijn kleding had. Als ze hem vragen wat er is gebeurd, verklaart verdachte dat hij niets hoort omdat zijn hoortoestellen zijn uitgevallen en in het gras liggen. Verbalisanten horen ter hoogte van de [adres 2] [slachtoffer] schreeuwen. Zij zien dat zijn rechterbeen volledig onder het bloed zit en dat er bloed uit de rechterpols spuit. De verbalisanten herkennen dit meteen als een slagaderlijke bloeding waarna zij twee tourniquets aanleggen om de rechterarm van [slachtoffer]. Wanneer zij hem toedekken onder een foliedeken zien zij ook een grote snijwond in het bovenbeen van [slachtoffer]. Ook hier wordt een tourniquet voor aangebracht. [slachtoffer] vertelt de verbalisanten dat verdachte hem heeft verwond.
[slachtoffer] wordt met spoed per ambulance naar het ziekenhuis vervoerd. Na het verwijderen van de tourniquet van zijn arm wordt pulserend bloedverlies waargenomen. Bij het verwijderen van de tourniquet van het rechterbeen sijpelen de wonden aldaar fors door.
Op het rechterbovenbeen worden diepe snijwonden gezien. Bij beide letsels zijn spierbuiken zichtbaar. Twee spieren op het bovenbeen zijn tot op het bot doorgesneden.
De bij de arm en het been waargenomen bloedingen passen bij een slagaderlijke bloeding.
[slachtoffer] wordt operatief behandeld aan zijn verwondingen. Het letsel van [slachtoffer] bestaat uit snijwonden (huiddoorklievingen) op de rechteronderarm en twee op het rechterbovenbeen met onderliggend letsel van spieren, pezen, zenuwen en bloedvaten.
Zonder het aanleggen van de tourniquets en het herstellen/dichtbranden van de bloedvaten, zouden deze letsels zijn blijven bloeden, met als gevolg een shocktoestand en uiteindelijk overlijden van [slachtoffer].
De overwegingen van de rechtbank
- Verklaring van verdachte
Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer] vanuit het niets tegen hem begon te schreeuwen en hem heeft geslagen. Hierdoor is verdachte zijn bril en hoortoestellen verloren. Zonder deze hulpmiddelen is hij blind en doof. [slachtoffer] bleef vervolgens op verdachte af lopen. Op een gegeven moment heeft [slachtoffer] geprobeerd verdachte te schoppen. Hierdoor viel [slachtoffer]. Toen heeft verdachte per direct uitgehaald naar [slachtoffer]. Verdachte heeft hem met een scherp voorwerp gestoken. Verdachte heeft verder verklaard dat het klopt dat de persoon op de aan hem getoonde beelden een kleine bijl in zijn hand heeft. Nadat verdachte met een still van deze bijl is geconfronteerd heeft hij verklaard dat hij het voorwerp herkent. Verdachte heeft verder verklaard dat hij geen andere keuze had dan zichzelf en zijn familie te verdedigen.
- Poging doodslag
Aan verdachte is primair een poging doodslag ten laste gelegd. De eerste vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of verdachte (voorwaardelijk) opzet op de dood van [slachtoffer] had. De rechtbank overweegt hierover het volgende.
Verdachte heeft bekend dat hij [slachtoffer] met een voorwerp heeft gestoken. De rechtbank stelt op basis van de zich in het dossier bevindende (beschrijving van de) beelden en de verklaring van verdachte daarover vast dat dit scherpe voorwerp een bijl betreft.
Een bijl is, naar algemene ervaringsregels, zo ontworpen dat de kop daarvan zwaar en scherp is en werkt als een hefboom. Hierdoor is relatief weinig kracht nodig om met een bijl grote verwondingen en daarmee potentieel dodelijk letsel te veroorzaken. De rechtbank overweegt dat dit potentieel dodelijk letsel in dit geval ook is ontstaan. Bij [slachtoffer] zijn diepe snijwonden vastgesteld; het bovenbeen van [slachtoffer] is op twee plaatsen tot op het bot doorkliefd. Verder zijn zowel in het bovenbeen als de onderarm van [slachtoffer] slagaders geraakt waardoor er slagaderlijke bloedingen zijn ontstaan. Als (medisch) ingrijpen, waaronder het aanleggen van de tourniquets, niet op tijd was gebeurd zou [slachtoffer] uiteindelijk aan de bloedingen zijn overleden.
De rechtbank overweegt verder dat verdachte een bijl, zijnde een potentieel dodelijk wapen, heeft ingebracht in een fysieke confrontatie met [slachtoffer] en daarmee vervolgens ook heeft uitgehaald naar [slachtoffer], die op dat moment op de grond lag. Hiermee alleen al heeft verdachte het risico genomen dat potentieel dodelijk letsel zou kunnen ontstaan. Daar komt nog bij dat verdachte zelf heeft aangegeven dat zijn zicht en gehoor beperkt waren door het verlies van zijn bril en hoortoestellen. De rechtbank stelt daarom vast dat zijn handelingen willekeurig en onbeheerst moeten zijn geweest.
- Conclusie
De gedragingen van verdachte en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan zijn naar het oordeel van de rechtbank zozeer gericht op de dood dat er geen andere conclusie mogelijk is dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op de dood bewust heeft aanvaard.
De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.