ECLI:NL:RBOVE:2026:721

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
11946100 \ CV EXPL 25-3495
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a BWArt. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering voor geleverde diensten en bijkomende kosten toegewezen

Creditsafe vordert betaling van € 2.541,- voor aan gedaagde geleverde diensten, vermeerderd met wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde erkent de hoofdsom maar betwist de bijkomende kosten omdat zij de factuur en herinneringen niet zou hebben ontvangen.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde wel op de hoogte was van haar betalingsverplichting, mede door e-mails die zij heeft ontvangen en bevestigd tijdens een telefoongesprek. Gedaagde heeft niet gereageerd op deze stellingen ondanks meerdere kansen.

De rechter wijst de vordering toe, inclusief wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum van de factuur en een bedrag van € 379,10 aan incassokosten. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten van € 1.228,40. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.541,-, wettelijke handelsrente en incassokosten aan Creditsafe.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11946100 \ CV EXPL 25-3495
Vonnis van 10 februari 2026
in de zaak van
CREDITSAFE NEDERLAND B.V.,
te 's-Gravenhage,
eisende partij,
hierna te noemen: Creditsafe,
gemachtigde: [gemachtigde 1],
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [vestigingsplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: [gemachtigde 2].

1.De zaak en het oordeel in het kort

1.1.
Creditsafe vordert in deze procedure betaling van € 2.541,- voor de diensten die zij aan [gedaagde] heeft verleend. Ook vordert zij de wettelijke handelsrente over dat bedrag en de buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] erkent dat zij moet betalen voor de diensten van Creditsafe, maar vindt dat zij de bijkomende kosten niet hoeft te betalen omdat zij de factuur en de betalingsherinneringen niet heeft ontvangen.
1.2.
De kantonrechter zal de vorderingen van Creditsafe toewijzen en zal hierna uitleggen waarom.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek.
2.2.
[gedaagde] heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.
2.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.Het geschil

3.1.
Creditsafe vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.541,-, vermeerderd met de wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.
3.2.
[gedaagde] erkent dat zij de hoofdsom aan Creditsafe verschuldigd is, maar vindt dat zij de rente en kosten niet verschuldigd is omdat Creditsafe haar op haar oude adres heeft aangeschreven en zij de factuur en aanmaningen daarom niet heeft ontvangen.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter zal de vordering tot betaling van de hoofdsom van € 2.541,- toewijzen omdat [gedaagde] erkent dat de diensten door Creditsafe zijn verleend en zij de factuur daarvoor moet betalen.
4.2.
De kantonrechter zal [gedaagde] ook veroordelen tot betaling van de wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten omdat de kantonrechter [gedaagde] niet volgt in haar stelling dat zij de factuur en de betalingsherinneringen niet heeft ontvangen. De kantonrechter legt dat als volgt uit. Hoewel [gedaagde] is verhuisd naar een nieuw adres en de factuur en aanmaningen namens Creditsafe naar het oude adres zijn gestuurd, was [gedaagde] wel op de hoogte van haar betalingsverplichting. Creditsafe stelt in haar conclusie van repliek namelijk dat zij betalingsherinneringen naar het e-mailadres van [gedaagde] ([e-mailadres]) heeft gestuurd op 11 en 20 februari 2025. Dat [gedaagde] die e-mails heeft ontvangen volgt uit het telefoongesprek van 19 maart 2025, waarvan Creditsafe een geluidsopname heeft overgelegd bij de conclusie van repliek. In die opname bevestigt de heer Jager namens [gedaagde] dat de e-mails met de factuur en de betalingsherinneringen zijn ontvangen en dat zal worden betaald. [gedaagde] heeft niet meer op die stellingen van Creditsafe gereageerd, ondanks dat zij daartoe meerdere keren in de gelegenheid gesteld is en ook op haar verzoek uitstel heeft verkregen voor het nemen van de conclusie van dupliek. Dat [gedaagde] zoals zij stelt niet op de hoogte was van haar betalingsverplichting volgt de kantonrechter daarom niet.
4.3.
De kantonrechter zal [gedaagde] veroordelen tot betaling van de wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW over de hoofdsom van € 2.541,- vanaf 10 februari 2025, de vervaldatum van de factuur, tot aan de dag van de volledige betaling.
4.4.
Creditsafe vordert ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 379,10 worden toegewezen.
4.5.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Creditsafe worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
476,00
(2 punten × € 238,00)
- nakosten
119,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.228,40

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Creditsafe te betalen een bedrag van € 2.541,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 10 februari 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Creditsafe te betalen een bedrag van € 379,10 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.228,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.R.H. Lutjes en in het openbaar uitgesproken door mr. J.N. Bartels op 10 februari 2026.(mb)