Uitspraak
tevens verwerende partij in het vrijwaringsincident en in het exhibitie-incident,
1.De procedure
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van Dexia,
tevens in de hoofdzaak conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie,
tevens houdende conclusie van antwoord in het exhibitie-incident van [partij A],
tevens houdende conclusie van eis in het exhibitie-incident van Dexia,
- de conclusie van antwoord in het vrijwaringsincident, tevens conclusie van antwoord in het exhibitie-incident, tevens in de hoofdzaak conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie.
2.De feiten en standpunten in het incident
Dexia vordert in het incident dat het haar zal worden toegestaan de toenmalige eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf], de heer [naam] , te dagvaarden tegen een door de kantonrechter te bepalen terechtzitting, teneinde op de eis tot vrijwaring te antwoorden en voort te procederen, kosten rechtens.
Volgens Dexia brengen de stellingen van [partij A] mee dat de tussenpersoon eveneens aansprakelijk is voor de schade die [partij A] zou hebben geleden; de tussenpersoon zou immers jegens [partij A] onrechtmatig gehandeld hebben, omdat de tussenpersoon dan niet mocht optreden als beleggingsadviseur. Ook brengen de stellingen, volgens Dexia, mee dat de tussenpersoon verregaand tekort zou zijn geschoten in de nakoming van de adviesopdracht door te zwijgen over de risico’s en een overeenkomst aan te bieden die niet paste bij de wensen en mogelijkheden van [partij A]. Dexia en de tussenpersoon zijn volgens Dexia in dat geval hoofdelijk aansprakelijk voor dezelfde schade. Als Dexia wordt veroordeeld tot betaling van de schade van [partij A] dan heeft zij een regresvordering op de tussenpersoon. Artikel 6:102 BW Pro is immers van toepassing zodra twee partijen voor dezelfde schade aansprakelijk zijn. Dexia zal in de vrijwaringsprocedure bepleiten dat de tussenpersoon in de onderlinge relatie met Dexia primair voor 100% draagplichtig is en subsidiair voor 50%.
[partij A] wijst verder op de uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 28 oktober 2025 (ECLI:NL:RBOVE:2025:6621), waarin in een soortgelijke situatie de incidentele vordering tot vrijwaring is afgewezen.
3.De beoordeling
4.De beslissing
10 maart 2026voor het nemen van een conclusie van dupliek in conventie en repliek in reconventie aan de zijde van Dexia;