ECLI:NL:RBOVE:2026:826

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
12042804 \ CV EXPL 26-1
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 133 lid 4 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Eiser niet-ontvankelijk wegens niet naleven omvangsbevel dagvaarding

Eiser heeft Dexia Nederland B.V. gedagvaard met een dagvaarding van 161 pagina’s. De kantonrechter heeft bij rolbeslissing van 2 december 2025 bepaald dat de dagvaarding moest worden teruggebracht tot maximaal 30 pagina’s en dat het vervangende processtuk op 6 januari 2026 moest worden ingediend en betekend aan Dexia.

Eiser heeft verzocht om uitstel en betoogd dat het onmogelijk was de dagvaarding te beperken tot 30 pagina’s. Dit uitstel is verleend tot 3 februari 2026. Op die datum heeft eiser een vervangend processtuk ingediend van 89 pagina’s, waarbij de originele dagvaarding als productie was meegestuurd en als herhaald werd beschouwd. Dit processtuk voldeed niet aan het bevel en was niet betekend aan Dexia.

De rechtbank verwijst naar een arrest van de Hoge Raad van 3 juni 2022, waarin is bevestigd dat de rechter stukken die de omvangsgrens overschrijden mag weigeren en dat het uitblijven van een correct stuk kan leiden tot verval van het recht om de proceshandeling te verrichten. De rechtbank oordeelt dat eiser daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

De beslissing is genomen door rechter-plaatsvervanger P.L. Alers en is op 10 februari 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet naleven van het bevel om de dagvaarding te beperken tot 30 pagina’s en het niet betekenen van het vervangende processtuk.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer : 12042804 \ CV EXPL 26-1
Vonnis van 10 februari 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1],
eisende partij, hierna te noemen [eiser],
gemachtigde: mr. N. Boerman-Bove, Juridico
tegen
de besloten vennootschap
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
gedaagde partij, hierna te noemen Dexia,
gemachtigde: USG Legal Professionals.

1.De motivering

1.1.
Op 30 juli 2025 heeft [eiser] samen met [naam], wonende te [woonplaats 2], Dexia gedagvaard voor de zitting van 12 augustus 2025. Dexia heeft hierop een splitsingsverzoek gedaan waarop [eiser] (en [naam]) hebben gereageerd.
1.2.
Bij rolbeslissing van 2 december 2025 heeft de kantonrechter de procedure van [eiser] en [naam] gesplitst in twee afzonderlijke procedures en daarnaast is een bevel gegeven om de inleidende dagvaarding met een omvang van 161 pagina’s exclusief producties te vervangen door een processtuk met een maximale omvang van 30 pagina’s.
Het vervangende processtuk moest op de rol van 6 januari 2026 worden ingediend en betekend worden aan de wederpartij, Dexia.
1.3.
Bij e-mail van 5 januari 2026 hebben [eiser] en [naam] aangegeven de rolbeslissing van 2 december 2025 pas daags voor de kerstdagen te hebben ontvangen, en zij verzoeken kort samengevat, om de ingediende dagvaarding alsnog te accepteren. Het is volgens hen onmogelijk om de dagvaarding terug te brengen naar 30 pagina’s. Als er toch een vervangend processtuk opgesteld moet worden dan wensen zij daarvoor uitstel van vier weken.
1.4.
Bij rolbeslissing van 6 januari 2025 is geoordeeld dat de kantonrechter geen aanleiding ziet om terug te komen op het bevel het inleidende processtuk te vervangen door een processtuk met een maximale omvang van 30 pagina’s en daarbij is aangegeven dat in deze zaak in beginsel wordt doorgeprocedeerd met repliek en dupliek, zoals in deze zaken gebruikelijk is. Het gevraagde uitstel van vier weken is gelet op de omstandigheden verleend, tot de rol van 3 februari 2026, waarna Dexia in staat wordt gesteld te concluderen voor antwoord.
1.5.
Bij e-mail van 3 februari 2026 heeft (de gemachtigde van) [eiser] een vervangend processtuk toegestuurd. De originele dagvaarding van 161 pagina’s is daarbij als productie 35 meegestuurd en in het vervangende processtuk is verwezen naar de originele dagvaarding met de opmerking dat de originele dagvaarding als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd in het vervangende processtuk.
1.6.
De kantonrechter constateert dat het vervangende processtuk niet voldoet aan het bevel gegeven in de rolbeslissing van 2 december 2025 ten aanzien van de gestelde maximale omvang van 30 pagina’s (de omvang van het vervangende processtuk is 89 pagina’s) en het vervangende processtuk is overigens ook niet betekend aan Dexia.
1.7.
De Hoge Raad heeft op 3 juni 2022 onder meer overwogen dat uit de bevoegdheid van de rechter om grenzen te stellen aan de omvang van processtukken voortvloeit dat de rechter bevoegd is om stukken die de gestelde omvang overschrijden te weigeren. Aan de weigering van het te omvangrijke stuk en het vervolgens uitblijven van een stuk dat wel aan de limiet voldoet kan de consequentie verbonden zijn dat het recht vervalt om de desbetreffende proceshandeling te verrichten overeenkomstig art. 133 lid 4 Rv Pro. (Hoge Raad 3 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:824). De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval het uitblijven van het vervangende processtuk dat wel aan de limiet voldoet leidt tot verval van het recht om de betreffende proceshandeling te verrichten en dat [eiser] daarom niet ontvankelijk moet worden verklaard.

2.De beslissing

De kantonrechter
2.1.
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk.
Deze rolbeslissing is gegeven door mr. P.L. Alers, rechter-plaatsvervanger, en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026.