Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:969

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
11874045 \ CV EXPL 25-2725
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onrechtmatig handelen Dexia Nederland B.V. in effectenleasezaak en veroordeling tot schadevergoeding

In deze civiele procedure vordert eiser vergoeding van schade die hij heeft geleden door het handelen van Dexia Nederland B.V. De zaak betreft effectenleaseovereenkomsten waarbij Dexia tekort is geschoten in haar verplichtingen. Dexia heeft verzocht om royement van de procedure, maar eiser heeft dit betwist omdat Dexia nog niet volledig aan haar betalingsverplichtingen had voldaan.

De rechtbank oordeelt dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld en toerekenbaar tekort is geschoten jegens eiser. De vorderingen van eiser worden toegewezen voor zover Dexia deze nog niet heeft voldaan, inclusief wettelijke rente. Tevens wordt Dexia veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente over deze kosten.

De veroordeling betreft meerdere overeenkomsten met specifieke bedragen en rentevergoedingen, waarbij verwezen wordt naar een eerder vonnis van 26 september 2024 waarin de schade reeds is vastgesteld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en Dexia wordt aangesproken op nakoming binnen veertien dagen na aanschrijving.

Uitkomst: Dexia wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, wettelijke rente en proceskosten wegens onrechtmatig handelen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 11874045 \ CV EXPL 25-2725
Vonnis van 24 februari 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eisende partij, hierna te noemen [eiser],
gemachtigde: Leaseproces,
tegen
de besloten vennootschap
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
gedaagde partij, hierna te noemen Dexia,
gemachtigde: USG Legal Professionals.

1.De procedure

1.1.
[eiser] heeft gesteld en gevorderd als staat vermeld in de dagvaarding.
1.2.
Dexia heeft op de rol van 14 oktober 2025 gevraagd om uitstel en daarna op de rol van 13 november 2025 om royement van de procedure.
1.3.
[eiser] heeft op de rol van 23 december 2025 aangegeven niet akkoord te zijn met royement omdat Dexia nog niet (volledig) aan haar vergoedingsplicht heeft voldaan.
1.4.
Dexia is hierop in staat gesteld (alsnog) te concluderen voor antwoord op de rol van 27 januari 2026. Dexia heeft geen conclusie genomen.
1.5.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De motivering van de beslissing

2.1.
De inhoud van de dagvaarding geldt als hier ingelast en herhaald.
2.2.
Ondanks hiertoe in de gelegenheid te zijn gesteld heeft Dexia de vordering niet weersproken. De niet weersproken vorderingen zijn toewijsbaar als volgt, waarbij voor de geldsommen geldt dat deze worden toegewezen voor zover die niet reeds door Dexia zijn betaald, gelet op de mededeling van [eiser] dat niet wordt ingestemd met royement omdat Dexia nog niet (volledig) aan haar betalingsverplichtingen heeft voldaan.
2.3.
Dexia dient, als de in het ongelijk gestelde partij, de proceskosten te dragen.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verklaart voor recht dat Dexia onrechtmatig jegens Heese heeft gehandeld en/of toerekenbaar jegens [eiser] tekort is geschoten op de in de dagvaarding genoemde gronden;
3.2.
verklaart voor recht dat [eiser] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatige handelen van Dexia en dat Dexia gehouden is om deze schade aan [eiser] te vergoeden (zoals dat vastgesteld is in het vonnis tussen partijen van 26 september 2024);
3.3.
veroordeelt Dexia de bedragen die zij ingevolge het vonnis van 26 september 2024 nog verschuldigd is voor de onderhavige overeenkomsten aan [eiser] te voldoen, vermeerderd met de wettelijke rente, inhoudende:
- veroordeelt Dexia voor de overeenkomst [nummer 1] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.465,63, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 december 2005 tot de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt Dexia voor de overeenkomst [nummer 2] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.418,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 oktober 2023 t/m de dag der algehele voldoening, alsmede tot betaling van het in rov. 4.31 van het vonnis van 26 september 2024 vastgestelde bedrag (2/3-e deel van € 1.321,25=) € 880,83, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 november 2005 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt Dexia voor de overeenkomst [nummer 3] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.732,70, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, en tot betaling van het bedrag dat zij ingevolge rov. 4.31 van het vonnis van 26 september 2024 aan [eiser] verschuldigd is, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals in rov. 4.33 van het vonnis van 26 september 2024 is overwogen tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt Dexia voor de overeenkomst [nummer 4] om aan [eiser] te betalen het bedrag dat zij ingevolge 4.31 van het vonnis van 26 september 2024 aan [eiser] verschuldigd is, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals in rov. 4.33 van het vonnis van 26 september 2024 is overwogen tot aan de dag der algehele voldoening.
3.4.
veroordeelt Dexia in de proceskosten van € 861,47 (€ 144,47 kosten dagvaarding,
€ 257,00 griffierecht, € 360,00 gemachtigdesalaris en € 100,00 nakosten), te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen,
3.5.
veroordeelt Dexia in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.L. Alers, rechter-plaatsvervanger, en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026.