ECLI:NL:RBROE:2000:AA7139
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.C. Huijbers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging premieplichtbesluit wegens ontbreken arbeidsovereenkomst uitzendovereenkomst
Eisers, vennoten van Q, verrichtten werkzaamheden bij X B.V. via Y B.V. Verweerder stelde dat vanaf 1 januari 1999, door de inwerkingtreding van artikel 7:690 BW Pro, sprake was van een uitzendovereenkomst die gelijkgesteld is met een arbeidsovereenkomst, waardoor premieplicht ontstond.
De rechtbank oordeelt dat artikel 7:690 BW Pro een bijzondere arbeidsovereenkomst definieert, maar dat eerst voldaan moet zijn aan de vereisten van een arbeidsovereenkomst om van een uitzendovereenkomst te kunnen spreken. Omdat voor 1 januari 1999 geen gezagsverhouding bestond en de feitelijke omstandigheden ongewijzigd bleven, is er ook na die datum geen sprake van een arbeidsovereenkomst.
Verweerder's stelling dat de wet een fictie schept waardoor elke uitzendovereenkomst automatisch een arbeidsovereenkomst is, wordt verworpen. De rechtbank benadrukt dat de wetgever geen wijziging beoogde in de aard van bestaande flexibele arbeidsrelaties.
Het besluit van verweerder wordt vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, omdat het niet deugdelijk is gemotiveerd. Het verzoek van eisers tot schadevergoeding wordt afgewezen, maar zij worden wel in de proceskosten van de beroepsprocedure veroordeeld.
Uitkomst: Het besluit dat eisers vanaf 1 januari 1999 als verzekeringsplichtige werknemers worden aangemerkt, wordt vernietigd wegens het ontbreken van een arbeidsovereenkomst.