Eiser heeft studiefinanciering ontvangen op grond van de WSF. Bij berichten 1996 no. 4, en 1997 no. 4, van 28 februari 1998, heeft verweerster hem medegedeeld dat eiser een formulier Uitwonende Controle heeft ontvangen maar niet teruggestuurd. Verweerster heeft daar de consequentie aan verbonden dat eiser met ingang van 1 januari 1996 voor de vaststelling van de hoogte van de toelage wordt aangemerkt als thuiswonende en dat teveel ontvangen toelage wordt teruggevorderd. Tegen het besluit van 28 februari 1998 heeft eiser niet binnen de daarvoor genoemde bezwarentermijn van zes weken een rechtsmiddel aangewend. Pas door invulling, aankruising en ondertekening van een door de Informatie Beheer Groep (IBG) vervaardigd en verstrekt formulier "Bezwaarschrift n.a.v. uitwonendencontrole" heeft eiser op 24 april 2000 bezwaar aangetekend tegen het besluit van 28 februari 1998. Verweerster heeft daarop gereageerd door met een besluit van 9 juni 2000 dit bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding, maar tevens door met een besluit van dezelfde datum (door verweerster aangeduid als "primaire beschikking") het verzoek af te wijzen. Voor die afwijzing heeft verweerster overwogen:
"In hetgeen u in uw schrijven van 24 april 2000 naar voren hebt gebracht heb ik aanleiding gezien het tevens aan te merken als een verzoek om terug te komen van een rechtens onaantastbare beslissing.
Bij de beoordeling van het verzoek speelt een aantal factoren een rol, zoals kennelijke fouten bij de bestreden beschikking en nieuwe feiten of omstandigheden die niet eerder bekend waren en/of bekend hadden kunnen zijn. Tevens wordt beoordeeld of het verzoek niet reeds eerder gedaan had kunnen worden. De reden waarom (eventueel) geen bezwaar is gemaakt, wordt in de beoordeling betrokken.
Het voorgaande houdt in dat een verzoek om terug te komen van een rechtens onaantastbare beslissing in beginsel slechts kan worden gehonoreerd indien sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die, waren zij op het moment van het nemen van beslissing bekend geweest, zouden hebben geleid tot toekenning van (hogere) studiefinanciering dan wel het niet intrekken van studiefinanciering.
Bovendien dient het verzoek binnen een redelijke termijn te worden gedaan. Binnen een redelijke termijn wil zeggen binnen 2 jaar nadat het bestreden besluit is bekendgemaakt of u anderszins bekend was of had kunnen zijn.
De beslissingen van 28 februari zijn rechtens onaantastbaar geworden. Uw verzoek is niet binnen 2 jaar na deze datum ingediend.
Gelet op het voorgaande, zie ik geen aanleiding om aan uw verzoek tegemoet te komen."
Eiser heeft gebruik gemaakt van de bij dat laatste besluit geboden bezwaarmogelijkheid door op 23 juni 2000 een bezwaarschrift in te dienen, waarin hij toelicht dat hij de mogelijkheid van bezwaar tegen het besluit van 28 februari 1998 over het hoofd heeft gezien.
In het nu bestreden besluit van 8 augustus 2000 heeft verweerster het bezwaarschrift ongegrond verklaard met een motivering die overeenkomt met het hierboven geciteerde besluit van 9 juni 2000, en waarbij gewezen wordt op het vereiste van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden en de termijn van twee jaar na bekendmaking of bekend raken van het besluit.
In beroep richt eiser zich slechts op het gegeven dat hij nu wel de bewijsstukken voor de uitwonendencontrole heeft ingestuurd.