ECLI:NL:RBROE:2002:AE1023
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.J.A.M. Bakermans
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling begrip open erf en dwangsomoplegging bij onderhoud achterterrein woning
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Roermond waarin hem onder dwangsom werd gelast het meubilaire en huishoudelijk afval op het achterterrein van zijn woning te verwijderen. Verweerder baseerde dit op overtreding van artikelen 5.1.1 en 7.3.2 van de Bouwverordening Roermond, die voorschrijven dat open erven en terreinen in voldoende staat van onderhoud moeten zijn.
De rechtbank stelt vast dat de term 'open erf' niet is gedefinieerd in de Woningwet of Bouwverordening en beoordeelt de feitelijke situatie. Uit het onderzoek blijkt dat de achtertuin volledig is omheind en alleen via een afgesloten poort bereikbaar is, waardoor deze niet als open erf kan worden aangemerkt. Jurisprudentie ondersteunt dit oordeel.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat verweerder niet bevoegd was om een last onder dwangsom op te leggen aan eiser, aangezien hij niet de overtreder is. Tevens is de begunstigingstermijn onjuist vastgesteld en is de hoogte van de dwangsom onjuist berekend. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot oplegging van een dwangsom wordt vernietigd.