ECLI:NL:RBROE:2002:AF1013
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing opzegtermijn bij faillissement oudere werknemer volgens Flexwet en WW
Eiser, geboren in 1943 en werkzaam bij een machinefabriek die op 24 augustus 2001 failliet werd verklaard, vroeg een WW-uitkering aan. Verweerder stelde dat de opzegtermijn zes weken bedroeg, conform artikel 40 van Pro de Faillissementswet (FW) zoals gewijzigd door de Wet Flexibiliteit en Zekerheid (Flexwet). Eiser betwistte dit en stelde dat vanwege zijn leeftijd op 1 januari 1999 en de toen geldende langere opzegtermijn, artikel XXI van de Flexwet van toepassing is, waardoor een langere opzegtermijn geldt.
De rechtbank onderzocht of bij de toepassing van artikel 64 onder Pro b van de WW, dat verwijst naar artikel 40 FW Pro, ook rekening moet worden gehouden met artikel XXI van de Flexwet. Dit artikel beschermt werknemers die op het moment van inwerkingtreding van de Flexwet 45 jaar of ouder waren en een langere opzegtermijn hadden dan volgens de nieuwe wet. De rechtbank concludeerde dat deze bescherming ook geldt bij faillissement en dat de curator de langere oude opzegtermijn in acht moet nemen.
De rechtbank wees erop dat deze interpretatie voorkomt dat werknemers in een lacune terechtkomen waarbij zij na het einde van de loondoorbetalingsperiode geen aanspraak kunnen maken op een reguliere WW-uitkering omdat zij formeel nog niet werkloos zijn. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep van eiser gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat bij de toepassing van de opzegtermijn in faillissement rekening moet worden gehouden met artikel XXI van de Wet Flexibiliteit en Zekerheid voor werknemers ouder dan 45 jaar, waardoor een langere opzegtermijn geldt dan de standaard zes weken.