ECLI:NL:RBROE:2003:AI1536
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.J.M. Bakermans
- J.J.A. Kooijman
- M.I.J. Hegeman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag beëindiging pluimveetak en sloopsubsidie in kader RBV
Eiser vroeg subsidie aan voor de beëindiging van zijn pluimveetak en sloop van pluimveestallen onder de Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV). Verweerder wees de aanvraag af omdat het aantal pluimveerechten niet groter was dan de grondgebonden mestproductierechten, waardoor geen beëindiging van mestproductie zou plaatsvinden. Eiser stelde dat hij recht had op sloopsubsidie omdat hij verplaatsbare pluimveerechten ter doorhaling aanbood en voldeed aan de voorwaarden van de regeling, ook al leidde dit tot een beëindigingsvergoeding van nihil.
De rechtbank oordeelde dat een beëindiging van een veehouderijtak alleen kan worden aangenomen indien de feitelijke mestproductie het aantal grondgebonden mestproductierechten overtreft, zodat doorhaling van verplaatsbare rechten leidt tot daadwerkelijke vermindering van mestproductie. In dit geval was de feitelijke mestproductie nul en de grondgebonden rechten 695 kg fosfaat, waardoor geen beëindiging van mestproductie plaatsvond. De afwijzing van de sloopsubsidie was daarom terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
De rechtbank erkende dat een beëindigingsubsidie van nihil toch als subsidie in de zin van de regeling moet worden beschouwd, maar dit leidde niet tot toekenning van de sloopsubsidie omdat de andere voorwaarden niet waren vervuld. Eiser kan nog in hoger beroep bij de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat geen feitelijke beëindiging van mestproductie plaatsvond.