ECLI:NL:RBROE:2004:AP1094
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding voor nabestaanden wegens gebrek aan shock-schade
Op 13 maart 1996 overleed [vd V] door koolmonoxidevergiftiging in zijn motorhome. Nabestaanden, waaronder zijn moeder en minderjarige halfbroer, vorderden schadevergoeding van de producenten van de motorhome en gaskachel op grond van onrechtmatige daad en productaansprakelijkheid.
De rechtbank onderzocht of de eisers vergoedbare schade hadden geleden, met name op grond van artikel 6:108 BW Pro (schade door overlijden) en artikel 6:106 BW Pro (shock-schade). Er werd vastgesteld dat de eisers niet in gezinsverband met de overledene samenwoonden en dat zij onvoldoende feiten hadden gesteld om shock-schade aan te tonen.
De rechtbank verwees naar de Hoge Raad jurisprudentie waarin is bepaald dat shock-schade alleen in zeer ernstige gevallen en bij een erkend psychiatrisch ziektebeeld kan worden toegekend. Omdat de eisers geen bijzondere omstandigheden of geestelijk letsel aannemelijk maakten, werden hun vorderingen afgewezen.
De eisers werden veroordeeld in de proceskosten van de gedaagden. De uitspraak bevestigt de strenge criteria voor toekenning van shock-schade en benadrukt het belang van concrete onderbouwing van immateriële schade.
Uitkomst: De rechtbank wijst de schadevordering af wegens het ontbreken van vergoedbare shock-schade en veroordeelt de eisers in de proceskosten.