ECLI:NL:RBROE:2006:AX2488
Rechtbank Roermond
- Raadkamer
- P.H.J. Frénay
- N.J.M. Ruyters
- S.W.E. Rutten
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen afname celmateriaal voor DNA-onderzoek wegens disproportionaliteit
De veroordeelde werd op 13 januari 2006 door de politierechter veroordeeld wegens mishandeling, waarvoor hij leerstraffen moest volgen. Op 21 februari 2006 werd een bevel gegeven tot afname van celmateriaal voor DNA-onderzoek ten behoeve van opname in de landelijke DNA-databank. De veroordeelde diende tijdig een bezwaarschrift in tegen dit bevel.
De rechtbank heeft het bezwaarschrift behandeld en de officier van justitie en de raadsvrouw van de veroordeelde gehoord. De rechtbank overwoog dat hoewel het gepleegde geweldsdelict op zich geen uitzondering op de Wet DNA-onderzoek rechtvaardigt, de bijzondere omstandigheden van de veroordeelde en het ontbreken van opsporingsbelang of recidivegevaar wel aanleiding geven tot toepassing van de uitzonderingsbepaling.
De veroordeelde had de opgelegde leerstraffen succesvol afgerond, leidde een stabiel leven met een fulltime baan en was sinds het delict niet meer met justitie in aanraking gekomen. De rechtbank achtte het afnemen van celmateriaal daarom disproportioneel en beval de vernietiging van het reeds afgenomen materiaal. Hierbij werd ook rekening gehouden met het recht op lichamelijke integriteit en privacy zoals beschermd door het EVRM.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en het afgenomen celmateriaal dient te worden vernietigd.