ECLI:NL:RBROE:2006:AX9433

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
14 juni 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
Insolventienummer: 04/367 R
Instantie
Rechtbank Roermond
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 357 FaillissementswetArt. 358 lid 1 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling met schone lei en regeling nagekomen baten

De rechtbank Roermond heeft op 14 juni 2006 het verzoek van de bewindvoerder tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling met verkorting van de termijn behandeld. De bewindvoerder stelde dat de schuldenaar zijn verplichtingen uit de schuldsanering is nagekomen, met uitzondering van een mogelijk nog te ontvangen bedrag uit een erfenis dat als nagekomen bate aan de schuldeisers zal worden uitgekeerd. De rechter-commissaris stemde in met het verzoek en geen schuldeiser bracht bezwaar in.

De rechtbank stelde de duur van de schuldsaneringsregeling vast op twintig maanden vanaf de uitspraakdatum en concludeerde dat voortzetting geen meerwaarde heeft omdat de schuldenaar alleen een bijstandsuitkering ontvangt en de bewindvoerder aannemelijk maakte dat er geen redelijke verwachting is dat de schuldenaar aan zijn verplichtingen kan voldoen binnen de reguliere looptijd. De mogelijke erfenis kan vanwege juridische complicaties nog jaren op zich laten wachten.

De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar niet kan worden verweten dat de erfenis nog niet is ontvangen en dat de regeling kan worden beëindigd met toepassing van het rechtsgevolg van artikel 358 lid 1 Faillissementswet Pro, waardoor de schuldenaar een schone lei krijgt. Het salaris van de bewindvoerder en de gemaakte kosten werden vastgesteld, evenals de regeling dat publicatiekosten ten laste van de Staat komen indien deze niet uit de boedel kunnen worden voldaan.

Uitkomst: De schuldsaneringsregeling wordt beëindigd met schone lei en de bewindvoerder zal nagekomen baten uit een erfenis aan schuldeisers uitkeren.

Uitspraak

beëindiging schuldsanering
Insolventienummer: [nummer] R.
Nummer verklaring: [nummer].
Uitspraakdatum: 14 juni 2006.
RECHTBANK ROERMOND
Bij vonnis van deze rechtbank van 13 oktober 2004 is de definitieve schuldsanering uitgesproken ten aanzien van:
[saniet],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres].
Ter zitting van 8 juni 2006 is door de bewindvoerder een verzoek ingediend tot beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling met verkorting van de termijn. Het verslag houdt onder meer in dat naar het oordeel van de bewindvoerder de schuldenaar zijn uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen is nagekomen, met dien verstande dat het (eventueel nog) te ontvangen bedrag uit een erfenis als nagekomen bate achteraf aan de schuldeisers dient te worden uitbetaald. De rechter-commissaris heeft het verzoek van de bewindvoerder voor akkoord ondertekend. Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen. Zodanige redenen zijn ook overigens niet gebleken.
De saniet is ter behandeling op 8 juni 2006 verschenen.
De rechtbank zal de termijn gedurende welke de schuldsaneringsregeling van kracht is vast stellen op twintig maanden. Voortzetting heeft voor de schuldeisers geen meerwaarde nu de saniet enkel een bijstandsuitkering geniet waarvan hij met moeite het bewindvoerdersalaris kan voldoen.
De bewindvoerder heeft een beredeneerde verklaring gegeven dat redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de saniet tijdens de reguliere looptijd van de schuldsaneringsregeling geheel of gedeeltelijk aan de verplichtingen kan voldoen.
Het is echter mogelijk dat de saniet op termijn nog geld kan verwachten uit een erfenis, doch vanwege juridische verwikkelingen, kan het nog jaren duren alvorens duidelijk is of er (en hoeveel) geld uitgekeerd zal gaan worden.
De bewindvoerder heeft aangegeven dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling in afwachting van een (eventuele) uitkering evenwel zeer bezwaarlijk voor de saniet is.
De bewindvoerder heeft voorgesteld de schuldsaneringsregeling te beëindigen en de afhandeling van de boedel als nagekomen bate te behandelen zodra duidelijk is of er alsnog geld zal worden uitgekeerd. De bewindvoerder heeft het legaat aan haar (ten behoeve van de boedel) laten cederen.
De rechtbank is van oordeel dat vorenstaande verstrekking van de zogenaamde “schone lei” thans niet in de weg hoeft te staan. Het valt de saniet niet te verwijten dat de mogelijk nog te ontvangen gelden uit een erfenis (door buiten zijn schuld om ontstane juridische verwikkelingen) nog niet op de boedelrekening is ontvangen.
Het (eventueel) nog te ontvangen bedrag uit een erfenis kan, ingevolge artikel 357 van Pro de Faillissementswet, als nagekomen bate achteraf ten goede komen aan de schuldeisers.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. De kosten van de in de schuldsaneringsregeling bevolen publicaties komen ten laste van de Staat, voor zover deze kosten niet uit de boedel kunnen worden voldaan.
BESLISSING
De rechtbank:
-stelt de termijn, gedurende welke de toepassing van de schuldsaneringsregeling van kracht is, vast op TWINTIG MAANDEN
te rekenen vanaf de dag van de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, derhalve tot 13 juni 2006;
-stelt vast dat de schuldenaar niet in de nakoming van één of meer uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen is
tekortgeschoten;
-bepaalt dat door die beëindiging het rechtsgevolg van artikel 358, lid 1 Faillissementswet intreedt, inhoudende dat
vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsanering werkte, niet langer afdwingbaar zijn (ook wel genoemd de "schone lei
verklaring");
-bepaalt dat de bewindvoerder zal worden belast met de uitkering van nagekomen baten aan de schuldeisers;
-stelt het bedrag van het salaris van de bewindvoerder vast op € 525,00 (exclusief de daarover verschuldigde
omzetbelasting), met dien verstande dat de reeds ontvangen voorschotten op het salaris in dit bedrag zijn opgenomen en
stelt het bedrag van de reiskosten vast op € 24,57;
-bepaalt dat de kosten van de krachtens de Faillissementswet geplaatste publicaties ten laste van de Staat komen, voor
zover deze kosten niet uit de boedel kunnen worden voldaan;
stelt het totaalbedrag van deze kosten vast op € 193,71, waarvan nog niet in rekening is gebracht een bedrag van € 130,00,
en bepaalt dat deze kosten, voor zover nog niet voldaan en met inachtneming van het vorenstaande, door de bewindvoerder
worden overgemaakt op bankrekening nummer 19.23.03.376 ten name van Rechtbank Roermond (425) onder vermelding
van het insolventiekenmerk en de datum van dit vonnis;
-bepaalt dat de publicatiekosten met betrekking tot de neerlegging en het verbindend worden van de uitdelinglijst ten gevolge
van de nagekomen baten uit de dan aanwezige boedel dienen te worden voldaan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kluin en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juni 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.