ECLI:NL:RBROE:2008:4277
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting AOW-toeslag wegens niet-verzekerde periode echtgenote in Duitsland
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) waarin een korting van 16% op de AOW-toeslag werd toegepast vanwege een periode van niet-verzekering van zijn echtgenote in Duitsland van 19 mei 1988 tot en met 12 mei 1993. De echtgenote werkte op oproepbasis in Duitsland, maar was volgens SVB niet verzekerd voor de Altersrente, wat tot de korting leidde.
De rechtbank overwoog dat op grond van EG-Verordening 1408/71 het werkland voorrang heeft boven het woonland bij de vaststelling van verzekeringspositie. De Duitse sociale zekerheidswetgeving was van toepassing, waardoor de echtgenote niet onder de Nederlandse AOW viel in de betwiste periode. De verklaring van de echtgenote uit 1995 en gegevens van de Belastingdienst ondersteunden dit standpunt.
Hoewel eiser stelde dat de SVB onzorgvuldig handelde en dat de bewijslast bij de SVB lag, vond de rechtbank onvoldoende bewijs om het standpunt van de SVB te weerleggen. De verklaring van de voormalige bedrijfsleider was niet consistent met andere gegevens. De rechtbank concludeerde dat de korting terecht is toegepast en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de korting op de AOW-toeslag blijft van kracht.