ECLI:NL:RBROE:2008:BF1809
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling handhaving afrastering en wegversmalling
In deze bestuursrechtelijke procedure staat de vraag centraal of het College van Burgemeester en Wethouders van Roermond terecht heeft besloten een last onder dwangsom tegen [partij] te herroepen, die was opgelegd wegens het plaatsen van een afrastering die de breedte van een openbare weg aanzienlijk heeft versmald. De weg, gelegen op grond van [partij], werd door de afrastering vernauwd van circa 4 meter naar ongeveer 2,70 meter, waardoor de toegankelijkheid voor groot landbouwverkeer werd bemoeilijkt.
De rechtbank stelt vast dat [partij] zonder vergunning een verandering aan de weg heeft aangebracht en daarmee de artikelen 2.1.5.1. en 2.1.5.2. van de Algemene Plaatselijke Verordening heeft overtreden. Dit geeft verweerder de bevoegdheid tot handhavend optreden. Echter, de rechtbank onderschrijft het standpunt van verweerder dat handhaving in deze omstandigheden onevenredig is. Dit oordeel is gebaseerd op het feit dat niet duidelijk is of ook anderen, zoals eiser en de gemeente, bijdragen aan de versmalling, dat er een geschil bestaat over eigendomsgrenzen en dat het absolute belang van openbaarheid van de weg beperkt is.
De rechtbank concludeert dat hoewel eiser hinder ondervindt, de bereikbaarheid van zijn perceel nog voldoende is gewaarborgd, mede doordat kleinere voertuigen nog toegang hebben. Het belang van handhaving weegt in deze situatie niet zwaarder dan de belangen van [partij] en andere betrokkenen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep van eiser ongegrond en bevestigt het besluit tot herroeping van de last onder dwangsom.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat handhaving van de afrastering in deze situatie onevenredig is.