ECLI:NL:RBROE:2009:BI0688
Rechtbank Roermond
- Voorlopige voorziening
- A.W.P. Letschert
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij onjuiste vermogensvaststelling bij beëindiging bijstandsuitkering
Verzoekster had een bijstandsuitkering op grond van de Wwb, die per 1 september 2008 werd beëindigd vanwege een vermeend vermogen boven de vermogensgrens. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze vaststelling, stellende dat het vermogen onjuist was berekend, onder meer omdat spaarrekeningen van haar kinderen niet haar beschikking stonden en diverse schulden niet waren meegeteld.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het vermogen inderdaad te hoog heeft vastgesteld, maar dat dit niet zonder meer betekent dat verzoekster geen recht had op bijstand per 1 september 2008. Tevens is verweerder tekortgeschoten in het beoordelen of bijstand vanaf een latere datum opnieuw toegekend had moeten worden, zoals vereist volgens de Wwb.
Gezien de financiële situatie van verzoekster en de onzekerheid over de rechtmatigheid van het besluit, beveelt de rechtbank dat verweerder de bijstand per 1 maart 2009 bij wijze van voorschot hervat tot het besluit op bezwaar bekend is. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster.
De uitspraak is in het openbaar gedaan op 26 maart 2009 en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en bijstand wordt per 1 maart 2009 bij wijze van voorschot hervat tot besluit op bezwaar.