ECLI:NL:RBROE:2009:BI1295
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek tegen poort in erfafscheiding wegens geringe overtreding en onevenredigheid
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Horst aan de Maas om niet handhavend op te treden tegen een poort in een erfafscheiding die is opgericht op een perceel naast hun appartementencomplex. De poort wijkt af van de verleende bouwvergunning doordat deze circa vijf meter naar achteren is geplaatst en enkele centimeters hoger is dan toegestaan.
De rechtbank stelt vast dat de scheidingsmuur zelf lager is dan vergund, maar dat de poort en de penanten enkele centimeters hoger zijn dan de toegestane 2 meter, waardoor de erfafscheiding niet vergunningsvrij is. Desondanks is de overschrijding van geringe aard en ernst. De belangen van eisers, waaronder privacybescherming, worden naar het oordeel van de rechtbank niet geschaad door de huidige situatie.
De rechtbank overweegt dat handhaving in beginsel moet plaatsvinden bij overtreding van een wettelijk voorschrift, maar dat onder bijzondere omstandigheden, zoals hier, handhavend optreden onevenredig kan zijn. Omdat de poort met een kleine aanpassing vergunningsvrij kan worden gemaakt en het verzoek van eisers vooral ziet op verplaatsing van de poort, wat niet door het bestuursorgaan kan worden afgedwongen, is het handhaven niet proportioneel.
Ook de afwijking van de bouwvergunning in situering van de poort leidt niet tot een ander oordeel, omdat de muur vergunningsvrij kan worden gemaakt en de bestuursrechter niet bevoegd is om burenrechtelijke geschillen te beslechten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit tot niet-handhaven bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-handhavingsbesluit wordt ongegrond verklaard vanwege geringe overtreding en onevenredigheid.