ECLI:NL:RBROE:2009:BI8311
Rechtbank Roermond
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst zonder dringende reden geen verwijtbare werkloosheid
Verzoeker was werkzaam als Relatiemanager MKB bij zijn werkgever en werd in november 2007 aangehouden in een strafrechtelijk onderzoek. De werkgever schorste hem en diende een ontbindingsverzoek in bij de kantonrechter wegens vertrouwensbreuk. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst per april 2008 en kende een vergoeding toe, wat duidt op ontbinding wegens gewijzigde omstandigheden en niet op ontslag op staande voet.
Verzoeker vroeg vervolgens een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd op grond van verwijtbare werkloosheid vanwege een dringende reden. Verzoeker stelde dat geen dringende reden bestond, omdat de werkgever geen ontslag op staande voet had gegeven en ook de kantonrechter geen dringende reden had vastgesteld.
De rechtbank stelde vast dat de werkgever geen ontslag op staande voet had gegeven en zich ook niet op dringende redenen had beroepen. De kantonrechter had een vergoeding toegekend, wat alleen mogelijk is bij ontbinding wegens gewijzigde omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat het UWV ten onrechte verwijtbare werkloosheid had aangenomen en vernietigde het besluit, waarbij zij het UWV opdroeg een nieuw besluit te nemen. Tevens werd een voorschot op de WW-uitkering toegekend en het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de WW-uitkering te weigeren wegens verwijtbare werkloosheid wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.