ECLI:NL:RBROE:2009:BJ4026
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid financiële vergoeding in Ruimte voor Ruimte-overeenkomst wegens détournement de pouvoir
De zaak betreft een geschil tussen de gemeente Horst aan de Maas en een particuliere eigenaar over een overeenkomst in het kader van de Ruimte voor Ruimte-regeling. De eigenaar wilde een woning bouwen in ruil voor het slopen van agrarische bedrijfsgebouwen, waarbij een financiële vergoeding aan de gemeente was overeengekomen.
De gemeente vorderde betaling van deze vergoeding, vermeerderd met incassokosten en rente. De rechtbank oordeelde dat de financiële vergoeding geen onderdeel uitmaakt van het vrijstellingsbesluit en dat het geschil daarom op de privaatrechtelijke overeenkomst moet worden beoordeeld.
De rechtbank stelde vast dat de overeenkomst tot het verlenen van vrijstelling en bouwvergunning strekt op een wijze die in strijd is met het verbod van détournement de pouvoir, omdat het doel niet ruimtelijke ordening is maar het verwerven van financiële middelen voor provinciaal milieubeleid. Hierdoor is het beding nietig op grond van artikel 3:13 jo Pro. 3:40 BW.
De vordering van de gemeente werd afgewezen en de gemeente werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat een financiële vergoeding in het kader van Ruimte voor Ruimte niet kan worden afgedwongen indien deze niet past binnen de wettelijke bevoegdheden en het ruimtelijk ordeningsbeleid.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beding voor de financiële vergoeding nietig en wijst de vordering van de gemeente af.