ECLI:NL:RBROE:2009:BJ9920
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Kluin
- R.M.L.M. Magnée
- N.J.J. Derks-Voncken
- Rechtspraak.nl
Vervaltermijn van invordering aansprakelijkstelling premieschulden volgens Coördinatiewet Sociale Verzekering
De zaak betreft een geschil over de vraag of de Ontvanger nog bevoegd is om een premieschuld, waarvoor [eiser] aansprakelijk is gesteld op grond van artikel 16d van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV), te innen. De premieschuld betreft onbetaald gelaten premies van Aannemingsbedrijf [S-V] B.V. over de jaren 1986 tot en met 1989.
De rechtbank stelt vast dat de vervaltermijn van tien jaar, zoals opgenomen in artikel 13 lid 2 CSV Pro, ook van toepassing is op aansprakelijkstellingen ex artikel 16d CSV. Dit volgt uit de wetsopzet, de plaatsing van de artikelen in dezelfde paragraaf en de wetsgeschiedenis. De vervaltermijn begint te lopen bij de vaststelling van de premies en niet bij de formele aansprakelijkstelling.
De premies zijn vastgesteld in februari 1992, waardoor de vervaltermijn in februari 2002 is verstreken. De rechtbank oordeelt dat de Ontvanger daarom geen bevoegdheid meer heeft om de premieschuld te innen, ook niet op grond van een eerder verkregen executoriale titel. De primaire vorderingen van [eiser] worden dan ook toegewezen, waarbij de Ontvanger wordt verboden nieuwe invorderingsmaatregelen te treffen en wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat de vervaltermijn is verstreken en verbiedt de Ontvanger verdere invordering van de premieschuld.