ECLI:NL:RBROE:2010:BN3081
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O.M. de Lange
- Rechtspraak.nl
Oneerlijk beding in consumentenovereenkomst telefoonabonnement
In deze zaak stond de vraag centraal of eiseres, Intrum Justitia Nederland B.V., gerechtigd was om betaling te vorderen van de resterende abonnementsperiode nadat gedaagde zijn telefoonabonnement voortijdig had beëindigd. Gedaagde had een nieuw contract afgesloten terwijl de oude overeenkomst nog liep, en betwistte de vordering op grond van onredelijkheid en het niet beëindigen van de oude overeenkomst door Vodafone.
De kantonrechter stelde vast dat gedaagde een consument is en dat de vordering van eiseres gebaseerd was op algemene voorwaarden die niet waren overgelegd. De rechter toetste ambtshalve of het beding onredelijk bezwarend was in het licht van de Europese Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.
De rechter concludeerde dat het beding waarbij de consument verplicht wordt de volledige resterende abonnementsperiode te betalen, ook als de verkoper zijn verplichtingen niet nakomt, als oneerlijk kan worden aangemerkt. Omdat eiseres de toepasselijke algemene voorwaarden niet had overgelegd en gedaagde geen expliciet beroep deed op onredelijkheid, werd de beslissing aangehouden en partijen opgedragen nadere gegevens te verstrekken.
De zaak werd verwezen naar een latere rolzitting voor nadere stukken en een reactie van gedaagde, waarna verdere beslissing zou volgen.
Uitkomst: De kantonrechter houdt de beslissing aan en beveelt partijen nadere gegevens te verstrekken over de vordering en algemene voorwaarden.