ECLI:NL:RBROE:2010:BN3829
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen exploitatievergunning horecabedrijf in Roermond
Eiseres, exploitant van speelautomaten, maakte bezwaar tegen de afgifte van een exploitatievergunning horecabedrijf aan een concurrerende exploitant in de gemeente Roermond. De burgemeester had deze vergunning verleend op grond van artikel 2:28 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Daarnaast waren er bezwaren tegen andere vergunningen die bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven in behandeling zijn.
De rechtbank oordeelde dat een eerdere brief van eiseres uit 2002 niet kon worden aangemerkt als een aanvraag voor een exploitatievergunning horecabedrijf. Het betoog dat de toepasselijke APV-bepaling in strijd zou zijn met hogere regelgeving of algemene rechtsbeginselen faalde eveneens. Ook het standpunt dat de vergunning geweigerd had moeten worden vanwege nadelige effecten op de woon- en leefsituatie of openbare orde werd verworpen, omdat eiseres geen concrete feiten had aangevoerd.
De rechtbank stelde vast dat de burgemeester de vergunning in redelijkheid had kunnen verlenen. De aangevoerde gronden, waaronder de mogelijke toename van gokverslaving, waren onvoldoende concreet en hadden geen betrekking op de directe omgeving van het horecabedrijf. Er waren ook geen klachten over overlast. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de exploitatievergunning horecabedrijf is ongegrond verklaard.