ECLI:NL:RBROE:2011:BP6175
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H. Machiels
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen
- A.M. Schutte
- Rechtspraak.nl
Vermindering voorlopige aanslag verontreinigingsheffing ondanks ongebruikelijk hoge lozingen door calamiteit
Eiseres exploiteert een waterzuiveringsinstallatie die afvalwater van een aardappelverwerkingsfabriek zuivert. In 2007 werden ongebruikelijk hoge lozingen op de gemeentelijke riolering vastgesteld, wat leidde tot een hoge voorlopige aanslag verontreinigingsheffing. Eiseres stelde dat deze hoge lozingen het gevolg waren van een leidingbreuk en een breuk in een beluchtingstank, een calamiteit die niet aan haar toe te rekenen was, en betwistte daarmee de redelijkheid van de aanslag.
De rechtbank stelde vast dat de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo) geen belang hecht aan de oorzaak van de lozing, maar enkel aan het feit dat stoffen met een meetbare vervuilingswaarde zijn geloosd. Jurisprudentie van de Hoge Raad en gerechtshoven bevestigt dat calamiteiten niet buiten de heffing mogen blijven. Ook het beroep van eiseres op disproportionaliteit vanwege de verwerkingskosten van slib werd verworpen, omdat de heffing een bestemmingsheffing betreft zonder directe relatie tot kosten.
Verder bleek dat eiseres niet voldeed aan de meet- en bemonsteringsvoorschriften, waardoor verweerder het aantal vervuilingseenheden op basis van eigen, betrouwbare metingen mocht vaststellen. Verweerder erkende enkele onjuiste debietmetingen en corrigeerde de aanslag dienovereenkomstig. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verminderde de voorlopige aanslag tot €718.019. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De voorlopige aanslag verontreinigingsheffing wordt verminderd tot €718.019 en het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard.