ECLI:NL:GHAMS:2005:AT8970
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid beroep tegen voorlopige aanslag verontreinigingsheffing en juistheid heffingsgrondslag
Belanghebbende, exploitant van een bedrijf dat grassen verwerkt, kreeg een voorlopige aanslag opgelegd naar aanleiding van een brand waarbij verontreinigd bluswater in oppervlaktewater terechtkwam. De heffingsambtenaar legde een nadere voorlopige aanslag op, gebaseerd op schattingen van de hoeveelheid en aard van het geloosde water. Belanghebbende maakte tijdig bezwaar en stelde beroep in tegen deze aanslag.
Het hof oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ook al is later een definitieve aanslag opgelegd die de voorlopige aanslag volledig verrekent. De heffingsambtenaar heeft een voldoende onderbouwing gegeven voor de heffingsgrondslag, gebruikmakend van aannames en analyses van monsters. Belanghebbende heeft onvoldoende bewijs geleverd om te stellen dat de aanslag onjuist is of dat de heffingsambtenaar buiten zijn bevoegdheid heeft gehandeld.
De rechtbank bevestigt dat de voorlopige aanslag terecht is opgelegd en verklaart het beroep ongegrond. De uitspraak biedt geen oordeel over de definitieve aanslag, die belanghebbende nog kan aanvechten. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voorlopige aanslag verontreinigingsheffing wordt ongegrond verklaard.