ECLI:NL:RBROE:2011:BP9279
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herstelbesluit vereist bij beoordeling WIA-uitkering na toename arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam in de thuiszorg, viel uit met psychische klachten en fysieke beperkingen door hydradenitis suppurativa. Na het volmaken van de wachttijd voor de Wet WIA in 2007 werd haar aanvraag afgewezen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Zij ontving vervolgens een WW-uitkering en meldde zich in 2008 arbeidsongeschikt met toegenomen klachten, waarna zij een Ziektewet-uitkering kreeg.
In 2010 vroeg eiseres opnieuw een WIA-uitkering aan, maar het UWV wees deze af omdat zij de wachttijd niet had volgemaakt, aangezien zij per 11 mei 2010 als hersteld werd beschouwd. De rechtbank oordeelt dat het UWV niet heeft onderzocht of de toegenomen arbeidsongeschiktheid vanaf 17 juni 2008 voortkomt uit dezelfde ziekteoorzaak als de eerdere arbeidsongeschiktheid, zoals vereist volgens artikel 55 van Pro de Wet WIA.
De rechtbank wijst erop dat bij twijfel het voordeel van de twijfel aan de verzekerde moet worden gegeven en dat het UWV een nieuw besluit moet nemen waarbij ook de toegenomen beperkingen en het verwachte ziekteverzuim moeten worden betrokken. De rechtbank geeft het UWV zes weken de tijd om het gebrek in het besluit te herstellen en houdt verdere beslissing aan totdat dit is gebeurd.
Uitkomst: De rechtbank stelt het UWV in de gelegenheid om het besluit te herstellen en houdt verdere beslissing aan.