ECLI:NL:RBROE:2011:BQ1371
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering ontheffing bezit zeehonden wegens bescherming gunstige staat instandhouding
Eiser verzocht ontheffing voor het houden van twee gewone zeehonden, afkomstig uit een dierentuin in Frankrijk. Verweerder weigerde deze ontheffing op grond van de Flora- en faunawet en de basisverordening, omdat eiser niet kon aantonen dat de ouderdieren in gevangenschap waren geboren en dat de gunstige staat van instandhouding niet werd geschaad.
Eiser voerde aan dat de weigering het intracommunautaire handelsverkeer belemmert en dat het proportionaliteitsbeginsel werd geschonden. Ook stelde hij dat de bevoegdheid van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie ter discussie stond. De rechtbank oordeelde dat de teammanager recht en rechtsbescherming bevoegd was om namens de Staatssecretaris te beslissen.
De rechtbank overwoog dat het verbod op het bezit van zeehonden gerechtvaardigd is op grond van artikel 36 VwEU Pro ter bescherming van de gezondheid van dieren. Eiser kon niet aantonen dat aan de cumulatieve voorwaarden voor ontheffing was voldaan, waaronder het bewijs dat de ouderdieren in gevangenschap waren geboren en dat geen afbreuk werd gedaan aan de gunstige staat van instandhouding.
Ook het beroep op het handelsverkeer werd verworpen omdat strengere nationale maatregelen zijn toegestaan mits zij niet willekeurig discrimineren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van ontheffing voor het houden van zeehonden wordt ongegrond verklaard.