ECLI:NL:RBROE:2011:BQ7405
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tenietgaan pandrecht door schuldsanering na verlening schone lei
De zaak betreft een geschil tussen Rabobank en een schuldenaar over de vraag of Rabobank als pandhouder inningsbevoegd is op een vordering van de ouders van de schuldenaar. De vordering van €100.992,-- was verpand aan Rabobank als zekerheid voor een kredietovereenkomst. De schuldenaar was toegelaten tot een wettelijke schuldsaneringsregeling die eindigde met het verlenen van een schone lei.
Rabobank stelde dat haar pandrecht onveranderd bleef na de schuldsanering en dat zij de vordering nog steeds kon innen. De rechtbank oordeelde dat hoewel pandrechten in principe hun bevoorrechte positie behouden tijdens schuldsanering, het feit dat de schuldsanering eindigde met een schone lei betekent dat de verpande vordering niet meer in rechte afdwingbaar is. Hierdoor is het pandrecht tenietgegaan.
De rechtbank concludeerde dat Rabobank niet meer inningsbevoegd is ten aanzien van de verpande vordering en wees de vorderingen van Rabobank af. Daarnaast werd Rabobank veroordeeld in de proceskosten van de tegenpartij.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Rabobank af en oordeelt dat het pandrecht teniet is gegaan door de schuldsanering met schone lei.