ECLI:NL:RBROE:2012:BW5402
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing artikel 9 Besluit dagloonregels bij twee dienstbetrekkingen en WW-uitkering
Eiser had twee dienstbetrekkingen waarbij hij niet gelijktijdig werkloos werd. Het UWV stelde het WW-dagloon vast met toepassing van artikel 9 van Pro het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen, waarbij het loon uit de tweede dienstbetrekking in de plaats kwam van de niet vrij te laten uren uit de eerste dienstbetrekking. Eiser betwistte deze toepassing en stelde dat hij nooit een volledige uitkering voor zijn eerste recht had ontvangen, en dat een nabetaling van vakantie-uitkering ten onrechte buiten beschouwing was gelaten.
De rechtbank overwoog dat artikel 9 van Pro het Besluit juist van toepassing is bij meerdere dienstbetrekkingen en dat het loon uit de tweede dienstbetrekking bij het loon van de eerste moet worden opgeteld naar rato van de uren die in de plaats zijn gekomen. De nabetaling werd terecht buiten beschouwing gelaten omdat deze buiten de referteperiode viel. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is omdat het UWV het dagloon correct heeft vastgesteld.
De uitspraak benadrukt dat de vraag of deze vaststelling gevolgen heeft voor de omvang van het eerste WW-recht buiten het onderhavige geding valt. De rechtbank bevestigt daarmee de juiste toepassing van het wettelijke kader bij complexe situaties met meerdere dienstverbanden en deeltijdwerk.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van het WW-dagloon is ongegrond verklaard.