ECLI:NL:RBROE:2012:BW7437
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.B.Th.G. Steeghs
- J.H.M. Delnooz-Engels
- C.C.W.M. Aretz
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid en strafoplegging bij tenuitvoerlegging Belgische gevangenisstraf in Nederland
De rechtbank Roermond behandelde een verzoek tot tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf opgelegd door het Hof van Beroep te Antwerpen aan de veroordeelde. De straf betrof zes jaar gevangenisstraf wegens onder meer valsheid in geschrift en deelname aan een criminele organisatie. De verdediging voerde aan dat de veroordeelde na het uitzitten van een derde van de straf voorwaardelijk vrij had moeten komen volgens Belgische wetgeving, maar de rechtbank oordeelde dat sprake was van wettelijke herhaling, waardoor de voorwaardelijke invrijheidstelling pas na twee derde van de straf mogelijk was.
De rechtbank nam het standpunt in dat de veroordeelde in Nederland een straf zou moeten ondergaan gelijk aan de resterende detentieduur na aftrek van het voorarrest van 822 dagen. Gezien de langdurige en complexe strafprocedures en de positieve ontwikkeling van de veroordeelde, besloot de rechtbank om geen verdere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar een onvoorwaardelijke straf gelijk aan het voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 21 maanden met een proeftijd van één jaar.
De rechtbank verklaarde de tenuitvoerlegging van de Belgische straf toelaatbaar, wees de vordering van de officier van justitie toe en legde de straf op met inachtneming van de wettelijke bepalingen en verdragsregels. De beslissing werd genomen in het licht van de ernst van het bewezenverklaarde, eerdere veroordelingen en persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde.
Uitkomst: De rechtbank verleent verlof tot tenuitvoerlegging en legt een gevangenisstraf op van 822 dagen met een voorwaardelijke straf van 21 maanden.