ECLI:NL:PHR:2013:BZ1967
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafoplegging met aftrek voorlopige hechtenis ondanks ne bis in idem-verweer
De zaak betreft de tenuitvoerlegging in Nederland van een Belgische gevangenisstraf van zes jaar opgelegd door het Hof van Beroep te Antwerpen. De rechtbank te Roermond verklaarde deze tenuitvoerlegging toelaatbaar en legde een gevangenisstraf op van 822 dagen, met aftrek van de tijd die de veroordeelde in voorarrest in Duitsland, België en Nederland had doorgebracht. Daarnaast werd een voorwaardelijke gevangenisstraf van 21 maanden met een proeftijd van één jaar opgelegd.
De veroordeelde stelde cassatieberoep in met twee middelen: het eerste betrof het ne bis in idem-verweer, waarbij werd aangevoerd dat hij reeds eerder voor hetzelfde feit was veroordeeld; het tweede middel betrof de vermeende strijdigheid van de opgelegde straf met artikel 57 Sr Pro over samenloop van feiten en strafoplegging.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank voldoende had gereageerd op het ne bis in idem-verweer door de reeds doorgebrachte voorlopige hechtenis in mindering te brengen en dat er geen expliciet en onderbouwd verweer was dat de eerdere veroordeling het ne bis in idem-beginsel schond. Tevens werd geoordeeld dat de strafoplegging, hoewel gesplitst in een onvoorwaardelijk en een voorwaardelijk deel, begrijpelijk was en binnen de wettelijke kaders viel.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de beslissing van de rechtbank.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de strafoplegging van 822 dagen onvoorwaardelijk met aftrek van voorlopige hechtenis en 21 maanden voorwaardelijk met proeftijd, en verwerpt het cassatieberoep.