ECLI:NL:RBROT:2000:AA8004
Rechtbank Rotterdam
- Hoger beroep
- Silvis
- Van de Grampel
- Overbosch
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens onvolledige strafbepaling in Leerplichtwet 1969
De rechtbank Rotterdam behandelde het hoger beroep tegen een veroordeling wegens het niet voldoen aan de leerplichtverplichting in de periode van september tot december 1998. De verdachte werd beschuldigd van meermalen spijbelen in strijd met artikel 2 van Pro de Leerplichtwet 1969.
De officier van justitie had een voorwaardelijke geldboete van 750 gulden geëist. De rechtbank onderzocht de wettelijke grondslag van de strafbepaling en constateerde dat na de wetswijziging per 1 januari 1997 de Leerplichtwet 1969 wel een geldboete noemt maar geen maximum bedrag specificeert. Dit leidde tot een juridische discussie over de toepasselijkheid van het sanctiestelsel voor jeugdigen uit het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank concludeerde dat geen van de mogelijke reparatiemethoden voor deze omissie in de wet, zoals toepassing van artikel 77l of artikel 23 lid 6 Wetboek Pro van Strafrecht, toelaatbaar is zonder strijd met het legaliteitsbeginsel. Daarom oordeelde de rechtbank dat artikel 26 lid 2 Leerplichtwet Pro 1969 een onvolledige strafbepaling is en het bewezenverklaarde feit niet strafbaar is.
De rechtbank vernietigde het eerdere vonnis, verklaarde het ten laste gelegde feit bewezen maar stelde vast dat dit geen strafbaar feit oplevert en ontsloeg de verdachte van alle rechtsvervolging. Hiermee werd de verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens het ontbreken van een wettige strafbepaling in de Leerplichtwet 1969.