ECLI:NL:RBROT:2001:AB0172
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Riphagen
- M.J.L. Lamers-Wilbers
- M.V. Scheffers
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt weigering WAO-uitkering wegens onjuiste wachttijdberekening bij zwangerschapsverlof
Eiseres, werkzaam als administratief medewerkster, viel op 22 oktober 1998 uit wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof en hervatte haar werk op 11 februari 1999. Op 19 februari 1999 werd zij opnieuw arbeidsongeschikt door psychische klachten. Verweerder weigerde haar per einde wachttijd, 28 oktober 1999, een WAO-uitkering toe te kennen en rekende daarbij de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof mee in de 52-weken-termijn.
Eiseres stelde dat dit onjuist was en beriep zich op het Mary Brown-arrest van het Europese Hof, dat discriminatie van zwangere vrouwen verbiedt door ziekteperiodes tijdens zwangerschap mee te tellen voor ontslagtermijnen. De rechtbank oordeelde dat het meetellen van het zwangerschapsverlof in strijd is met het gelijkheidsbeginsel uit EG-Richtlijn 79/7 en dat deze periode niet mag worden meegeteld bij de wachttijd voor de WAO.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond en beval verweerder binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Een verzoek tot schadevergoeding van eiseres werd niet toegewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en bepaalt dat de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof niet mag worden meegeteld bij de berekening van de WAO-wachttijd.