ECLI:NL:RBROT:2001:AD3470
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing tot aanhouding verzoek naturalisatie wegens onvoldoende taalvaardigheid niet onredelijk
Eiseres diende een verzoek tot naturalisatie in, maar de Staatssecretaris van Justitie hield de beslissing aan voor zes maanden omdat zij niet voldeed aan het taalvereiste van de Rijkswet op het Nederlanderschap. De rechtbank oordeelt dat de aanhoudingsbeslissing een besluit in de zin van de Awb is en dat het beleid van verweerder in overeenstemming is met de wet en niet onredelijk.
Tijdens de bezwaarprocedure bleek dat eiseres moeite had met het spreken en verstaan van Nederlands en onvoldoende bewijs leverde dat zij zich voldoende had ingespannen om de taal te leren. Hoewel zij een korte cursus volgde, was onzeker of zij deze zou voortzetten. Medische klachten werden niet voldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeert dat eiseres niet voldoet aan de inburgeringsvereisten en dat verweerder terecht het verzoek heeft aangehouden om haar de gelegenheid te bieden de taal beter te leren. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanhouding van het verzoek tot naturalisatie wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.