ECLI:NL:RBROT:2001:AD9381
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.I. van den Bos-Boomsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ontslag vlootaalmoezenier na intrekking kerkelijke goedkeuring
Eiser, een vlootaalmoezenier bij de Koninklijke marine, werd eervol ontslag verleend nadat de rooms-katholieke kerk zijn kerkelijke goedkeuring introk, wat volgens verweerder het verlies van een aanstellingsvereiste betekende. Eiser stelde bezwaar en beroep in tegen het ontslag en de daaropvolgende besluiten, waarbij hij onder meer betoogde dat het ontslagbesluit niet bevoegd was genomen en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het besluit bevoegd had genomen, ondanks mandatering aan de directeur personeel van de Koninklijke marine, en dat het niet aan verweerder was om de kerkrechtelijke procedure te beoordelen. De rechtbank stelde dat het hanteren van het ontslaggrond wegens verlies van een vereiste voor benoembaarheid gerechtvaardigd was en dat verweerder niet verplicht was zelf onderzoek te doen naar de redenen van het verlies van de kerkelijke goedkeuring.
Verder werd vastgesteld dat verweerder niet tijdig een nieuw besluit op bezwaar had genomen, waardoor het beroep tegen de fictieve weigering gegrond werd verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd echter afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten en bepaalde dat de Staat der Nederlanden het griffierecht aan eiser moest vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslagbesluit wordt ongegrond verklaard en het ontslag is rechtmatig.