ECLI:NL:CRVB:2003:AO0612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.H. van Kreveld
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag vlootaalmoezenier na intrekking kerkelijke goedkeuring
Appellant was benoemd tot vlootaalmoezenier bij de Koninklijke Marine, maar verloor de vereiste kerkelijke goedkeuring vanwege onvoldoende pastoraal functioneren. Na een kerkrechtelijke procedure die zonder succes bleef, werd hem per 1 februari 1997 ontslag verleend. Appellant stelde dat de werkgever onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte, onder meer door geen eigen onderzoek te doen en geen herplaatsingsmogelijkheden te onderzoeken.
De Raad overwoog dat het ontslagbesluit gebaseerd was op het Koninklijk Besluit van 1967 en dat het verlies van de kerkelijke goedkeuring het ontslag rechtvaardigde. De Raad oordeelde dat het niet aan de werkgever was om in de kerkelijke procedure te interveniëren en dat er geen wettelijke verplichting bestond tot herplaatsingsonderzoek. Ook vond de Raad dat de werkgever voldoende compensatie had geboden voor de schadelijke gevolgen van het ontslag.
Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, die het beroep tegen het ontslagbesluit ongegrond verklaarde, werd bevestigd. De Raad wees tevens een verzoek tot vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslagbesluit wordt bevestigd.